Posts tonen met het label Katten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Katten. Alle posts tonen

zaterdag 14 april 2012

(14-04-'12) Help, wat is mijn huis leeg

Het is weer zover, er is er weer een verhuisd hier. De jongste zoon heeft zijn spullen gepakt. Hij heeft een plek in Amsterdam gevonden voor onbepaalde tijd deze keer, én ook nog betaalbaar.
Deze keer heeft hij heel veel meegenomen.

Van een vorige verhuzing waarna hij terugkwam stond er nog een bed en een stoel in de schuur. Een bankje dat hij via een vriend had gekregen voor huis nummer zoveel, stond sinds een maand of acht in onze woonkamer. Eerlijk is eerlijk, het was handig en zelfs wel gezellig.

Het bankje is nu weg. Tijd dus om de woonkamer aan te passen. De tafel staat waar het bankje stond en een schommelstoel staat waar de tafel stond. Oh ja mam, mag dat boekenkastje mee? 'Tuurlijk schat. Gauw een nieuwe plek gezocht voor de inhoud van het kastje. Andere planken leeggemaakt:  al die nooit meer gebruikte video's, wat moet je ermee? Zomaar weggooien? Zitten zelfs nog video's bij van toen de jongens heel klein waren. Nou ja, voorlopig maar even in een boodschappentas want er moet ruimte komen.

Gisteren heeft hij kleding en andere spullen uit zijn kamertje hierboven ingepakt. Toen ik gisteravond bovenkwam zag het eruit alsof er een bom was gevallen. Klein kamertje, volle dozen, zakken en tassen van vorige verhuizingen die niet meer in kasten pasten. Dat was even slikken.
Vanochtend ben ik tekeer gaan, en ik heb maar liefst vier boodschappentassen vol nutteloze zooi weggegooid. Oude doosjes van allang overleden mobiels. Veel plastic en papieren tasjes... Waarom bewaar je die toch. Om een lang verhaal kort te maken: Ik weet niet wat ik zie als ik boven kom. De kamer is voor het eerst sinds tijden zo verschrikkelijk opgeruimd dat het plotseling tot me doordringt dat het nu weleens menens kon zijn. Hij is vertrokken!

Het voelt anders dan andere keren. Definitiever. Ieder keer als een van de jongens weer thuis woont moet ik wennen, maar iedere keer dat er weer een weggaat moet ik ook wennen. Het huis voelt leeg...
Ik  vroeg me van de week al voorzichtig af, zou het nu echt van mij zijn, dit huis. Zou het eindelijk gaan gebeuren?

De katjes werden net zo onrustig als ik. Vaste plekjes zijn ook voor hun verdwenen. Alles weer veranderd. Opeens weer geen grote kerel in huis waar je zo lekker kopjes aan kan geven. Geen slingerende vesten die naar grote jongen ruiken en waar je zo lekker op kunt gaan liggen.

Natuurlijk, het is ook fijn en licht en wat een andere energie in huis opeens. Maar het is toch weer even wennen. Eindelijk kan de hangmat weer uithangen in de woonkamer, dus daar ga ik maar eens even van genieten nu. Dat was een tijd geleden.

Help, wat is mijn huis leeg, en, hmmm, wat is mijn huis leeg.




donderdag 22 maart 2012

(22-03-'12) Over afscheid

Onverwacht dringt het besef binnen dat het ieder moment voorbij kan zijn. Natuurlijk, ik weet het. Weten met mijn hoofd. Zo heb ik met mijn hoofd vrede ermee, ze is immers bijna 87. Ik vraag het regelmatig: Neem haar toch mee. Dit gesukkel op het einde is toch niets. Het past ook niet bij haar. Een trotste vrouw die overal bij wil zijn en alles mee wil maken, die nu al jaloers is op alle leuke, nieuwe dingen die mensen mee zullen maken wanneer zij al is overleden. Ze zou er steeds bij willen zijn. Tot voor kort.

Ze sukkelt heen en weer tussen het hier en het hiernamaals, zo lijkt het. Soms komt ze even terug en laat dan weten dat ze er nog is, en soms zit ik bij haar en voel ik dat ze ver weg is. De menselijke geest is wonderlijk en oh zo kwetsbaar. Ik praat met haar en het voelt alsof ze ook met mij praat, zoals vroeger. Even denk ik dan dat het allemaal weer goed komt, maar de volgende dag voeren we het zelfde gesprek, soms zelfs hetzelfde uur, en dan nog een keer en nog een keer. Er blijft niets meer hangen.

Ik heb nog zoveel te vertellen maar ik ben te moe. Haar blik gaat naar de televisie, haar steun en toeverlaat de laatste weken. Het kleine huis op de prairie. Het geeft haar een vredig gevoel en ze geniet van de oude kleding. Het is haar uurtje en als je bij haar bent dan kijk je mee. Punt uit, of je wil of niet. Ze heeft zich ontdaan van overbodig decorum en is rechtstreekser dan ze ooit was, tenminste in haar heldere momenten. Het is wennen, mijn moeder in haar nieuwe rol. Of is het eindelijk geen rol meer. In die zin is het eerste afscheid voorbij, de moeder die ze was is er haast niet meer, misschien wel helemaal niet meer.
 De vrouw die precies wist wanneer haar kleinzoons een belangrijk examen hadden, of een spannend optreden. Ze was hun grootste fan. Ze wilde alles horen en alles weten. Soms stuurde ze een smsje naar de jongens, als er een paar keer een leeg smsje aankwam, lachten ze vertederd om hun oude oma die zo dapper met de tijd meeging, die smste en mailde met haar zoon verweg.

Haar eerstgeborene is vandaag teruggekomen van ver. Een weekend lang zal hij bij haar zijn. Ze keek er naar uit om hem te zien, maar het is haar ook eigenlijk te veel. Stil vraag ik me af: heeft ze op hem gewacht?
Ik vraag mijn jongere broer wat hij ervan denkt. We hebben allemaal zo onze eigen ideeën over de moeder, al naar gelang de wind waait. De engelsen hebben er een mooie uitdrukking voor: Fading Away. Langzaam vervagen. Ik dacht dat ik er vrede mee had en klaar mee was, maar opeens deed het zeer, het besef dat ik straks verweesd ben. Onwezenlijk.

Ik loop in gedachten de keuken in en zie een van onze katten, ze wordt oud en springt de laatste tijd steeds vaker bijna mis of ze struikelt over een traptrede. Volgens mijn wereldwijze (!?) oudste broer is dat het begin van het einde. Ik kijk naar haar en denk met een kleine brok in mijn keel: Kom op, niet allemaal tegelijk.

zaterdag 18 februari 2012

(18-02-'12) Over de draad weer oppakken en over bidden

De draad weer oppakken; precies een week geleden zat ik nog in het vliegtuig dat me wreed wegvoerde van mijn lief, terug naar waar ik vandaan kom. Mijn huis, mijn land, mijn katten, mijn kinderen, mijn moeder.
De afgelopen week stond in het teken van mijn moeder. Ik was bang dat het niet meer goed kwam en dat ze misschien zelfs zou moeten worden opgenomen in een tehuis. Het soort einde dat ze zelf nooit zou willen. Net zoals haar botten breken iets is waar ze altijd bang voor is geweest. Eigenlijk was ze altijd bang haar heup te breken maar het werd haar pols. Nou ja. Ze was ook bang haar verstand te verliezen, en ook daar was ze hard mee bezig.

Ze zeggen wel: pas op met wat je wenst want het zou wel eens uit kunnen komen. Net zo goed moet je oppassen met wat je vreest, ook dat kun je over je af roepen. Hoe werkt dat dan? Misschien vallen beiden onder het gezegde: Alles dat aandacht krijgt groeit. Een reden temeer om zo positief mogelijk te denken.

Mijn moeder lijkt flink vooruit te gaan zodat ik de laatste twee dagen aan mijzelf en alles dat is blijven liggen kon besteden.
Zo ontving ik een berichtje dat mijn arboarts arbeidsongeschikt is geworden. Verbaast me niets, maar toch. Ik krijg een nieuwe oproep voor een afspraak. Het UWV stuurde een langverwachte reactie, die even nietszeggend als onbegrijpelijk was.
De eerste foto's van mijn reis zijn al binnen. Bravo Webprint, binnen één dag en van goede kwaliteit.
Nieuwe Humblekaarten besteld. De eerste bestelling is ook al binnen. Bravo Vistaprint, ook binnen één dag en van prima kwaliteit. De tweede bestelling is vandaag gedaan. Daarmee zal de nieuwe serie Humblekaarten compleet zijn. Ze zijn erg leuk al zeg ik het zelf. Binnenkort te zien op http://landvandehumble.blogspot.com. Ik heb de beide humblesites geupdate met Afrikaverhaaltjes.
Helaas kwam ik ook tot de ontdekking dat een lange termijn visum niet mogelijk is met mijn inkomen. Pijnlijk. Geld houdt ons gescheiden, dat mag toch niet.

Op de een of andere manier was bidden het thema van mijn afgelopen reis. Ik kom uit een katholiek gezin maar er werd niet veel aan geloof gedaan bij ons thuis. In mijn pubertijd zong ik in een kerkkoor en aan het eind van mijn middelbare schooltijd ging ik op Pax Christi. Dat was zo'n beetje het meest religieuze dat ik deed.

Ik bid, dat wel. 's Ochtends en 's avonds. Ik spreek dan mijn dank uit voor alle mooie dingen die op mijn pad komen, en af en toe vraag ik wat extra hulp voor deze en geen.
Ik ben tegenwoordig Moslim. Ik zoek mijn eigen weg daarin en ben ervan overtuigd dat de intentie belangrijker is dan de regels. Maar toch...
Ik merk dat de regels ook je geloof kunnen versterken. Wanneer je vijf keer op een dag op vaste tijden bidt, dan kan dat je contact met het grotere, met God, Allah, het Universum, vergroten en versterken. Niet wanneer je het uit gewoonte doet maar wel wanneer je het doet uit de behoefte dichter bij de bron te komen.
Vanuit spirituele hoek heb ik ook geleerd dat als je iets heel graag wilt dat je hierom kunt vragen en dat het universum zich dan samenspant om het te laten gebeuren. Is dat niet hetzelfde als bidden?
Mijn lief en zijn grootvader hebben samen drie dagen gevast en gebeden voor het herstel van mijn moeder en een grootmoeder aan zijn kant. 'Hij is heel goed in bidden', zei mijn lief over zijn grootvader, en ik geloof dat direct. Hij had de uitstraling van een healer. Zowel de grootmoeder in Afrika, als mijn eigen moeder zijn onverwacht snel aan de beterende hand.

Alles dat aandacht krijgt groeit. Bidden is een krachtige vorm van aandacht geven.

Mijn lief en ik willen graag samen zijn en blijven. Alle dichte deuren ten spijt geloven we allebei dat het zal gebeuren. Inshallah, als God het wil, en dit is waar we zwaar voor bidden. Iedereen die dit leest wil ik vragen om op zijn eigen manier mee te bidden voor ons samenzijn. We zullen samen zijn, hier of daar, misschien zelfs hier en daar. We zullen het zien.

donderdag 16 februari 2012

(15-02-'12) Thuis

Vandaag ben ik thuis, daar waar ik woon sinds jaar en dag. Mijn post en email van bijna vijf weken gecheckt, mijn was gedraaid, de katten geaaid, de koffer leeggehaald. Nou ja, voor de helft. De Afrikaanse luchtjes komen me tegemoet. Thuis, een onwerkelijk gevoel.

Zondagochtend kwam ik thuis. Op Schiphol, en ik werd opgehaald door mijn lieve grote jongste zoon. Met de auto zelfs, en tot een uur of vijf kletsten we lekker bij. Thuis zag er vreemd uit, mijn huis was tijdelijk bewoond door mijn lieve oudste en zijn meisje. Dingen lagen op andere plaatsen enzo. Toen gauw naar bed. Om tien uur stond er een dwingende mededeling op mijn voicemail: 'Waar blijf je nou, ik wil je zien.'

Mijn zichzelf normaal wegcijferende moeder is erg dwingend op het moment. Naast twee longontstekingen en een gebroken pols, zijn ook haar hersenen door elkaar geschut. Niemand weet of dit blijvend of permanent is. Ik ga er naartoe. Mijn broertje is bij haar, Ze kan nauwelijks alleen zijn. Mijn zusje en broer hebben elkaar afgelost de afgelopen weken. Het is nu aan mij om haar op te vangen. Nog helemaal van de wereld ga ik naar huis om de nodige spullen te verzamelen en na een half uur word ik in paniek gebeld: 'Laat me toch niet zo alleen, ik heb je nodig.'

Thuis komen, en meteen weer weg. Thuis, bij mijn moeder, dit is geen thuis meer. Ik heb nooit in dit huis van haar gewoond, maar veel belangrijker, is dit mijn moeder? Een klein meisje, zo bang en onzeker. Een grote brutale vrouw die behoorlijk bot uit de hoek kan komen, nu, of details van haar leven bespreekt met wie ze maar tegenkomt. Details die nieuw en soms schokkend zijn voor ons, haar kinderen.

Thuis. Ik had net ervaren dat Afrika mijn thuis was. De biologische familie en de vrienden van mijn lief, mijn nieuwe thuis. Hier kan ik wonen, had ik besloten. Ruim een week geleden liep ik over de markt en door de stoffige warme straten en ik voelde me goed. Opeens realiseerde ik me dat het niet gewoon was dat ik daar liep, en dat ik nog een heel ander leven had. Een leven in Nederland, ver weg van daar. Thuis, wat is thuis?

Vandaag was ik even thuis. Met mijn eigen gedachten en gevoelens. Ik kon de beelden en geuren en geluiden van de afgelopen weken terugroepen, en me koesteren in mijn herinneringen. Thuis. Laten we het er maar op houden dat thuis daar is waar het hart is.

Een impressie van mijn thuis in Afrika:



vrijdag 13 januari 2012

(13-01-’12) Ik zweer bij zwart


Dat geloof je toch niet: niemand wil zwarte katten. Een klein berichtje in zo’n gratis treinkrantje gisteren. Metro, Spits, de naam weet ik niet meer, maar het stond er echt. Dat kon ik niet zo maar over mijn kant laten gaan. Ik wilde direct een stukje schrijven, maar bedacht toen dat ik beter en dag kon wachten en ook op vrijdag de dertiende aandacht aan dit fenomeen kon besteden.

Vrijdag de dertiende, ongeluk. Zwarte katten zouden ook ongeluk brengen en dat is dan meteen de hoofdrede dat mensen geen zwarte katten willen. Nou heb ik een broer die op vrijdag de dertiende is geboren, en toevallig vandaag ook weer op vrijdag de dertiende jarig is, dus in onze familie zijn we niet bang voor vrijdag de dertiende.



Zoals je hier ziet, zijn we ook niet bang voor zwarte katten. Integendeel, ze zijn een belangrijk deel van ons leven. Sinds ze ruim tien jaar geleden in ons gezin kwamen hebben we lief en leed gedeeld, Waren het eerst nog kleine pluizige bolletjes waar de kinderen en ik met verbazing naar keken. Bewegende knuffels die ademden en, echt waar, windjes konden laten tot grote hilariteit van de kinderen. Konden ze in het begin nog rechtop onder de sofa door, of samen in die leuke rijstmandjes van Albert Heijn, tegenwoordig barst elke doos waar ze steevast samen in willen liggen uit zijn voegen.


Ik zweer bij zwart!
Dit is mijn ode aan onze zwarte katten: Magic Johnson en Luna. Geweldige huisgenootjes, die niets dan liefde en genot in het gezin hebben gebracht.
Op deze avond dat ik in een niemandsland tussen twee werelden zit, klaar om morgenochtend vroeg met het vliegtuig naar mijn lief aan de andere kant van de wereld te vliegen, ben ik meewarig, niet in de laatste  plaats omdat ik de zwarte harige schatjes achter moet laten.
Ik heb ze uitgelegd dat ik weliswaar een tijdje wegga, maar dat ik echt weer terugkom, en dat ze zich over moeten geven aan de zorgen van lieve buren. Een hele handleiding heb ik voor de buren geschreven, want ja, qua aandacht zijn ze verwend. Terecht, want ze zijn intens lieve gemakkelijke katten, broer en zus uit hetzelfde nestje.

Ik kan me herinneren toen we ze net hadden dat er een vriendje van een van de kinderen zei dat hij ze saai vond, die zwarte katten. Hij had liever een kat met meer kleurtjes. Wat waren we verontwaardigd dat hij zo over onze katjes sprak! Hoe zeer ik ook van kleur houd, qua katten zweer ik bij zwart. Ik vind ze geweldig.

Het is inmiddels eind van de dag en ik heb geen idee hoe succesvol de acties om zwarte katten in het daglicht te zetten, door asiels zijn geweest, maar ik hoop dat mensen nog eens nadenken. Ze zijn namelijk geweldig, die zwarte katten.

donderdag 5 januari 2012

(05-01-'12) Over linken, storm en naderend vertrek

Zoals je kunt zien ben ik aan het spelen met Facebook en Bloggerknoppen op mijn website: Saskia Angenent Vormgever.
Leukleuk, ik hou van dit soort grappen. Nu kun je via mijn werksite rechtstreeks een link op Facebook plaatsen, waardoor ik weer meer bezoekers krijg op mijn site. Hierboven zie je dat ik ook een rechtstreekse link hier op mijn weblog kan zetten, maar wanneer hij in een gewoon bericht staat dan zal hij niet zo veel bezoekers trekken. Immers zo gauw er een nieuw bericht is geplaatst zie je de link niet meer.

Ach, en nu ik onverwacht op mijn eigen bloggerpagina terecht kom kan ik hier net zo goed meteen even doorgaan. Hoe gaat het? Heb je ook altijd zo'n onrustig hoofd als het stormt? Ik wel, alsof er een wervelwind in mijn schedel rondgaat. Ik woon in een huisje uit 1925 en alle ramen en deuren zijn in de loop der jaren uitgesleten waardoor nu alles gezellig tegen elkaar aan staat te klapperen. Serieus, ik vind het wel wat hebben. Daarnaast heb ik zowel in de voor- als in de achtertuin van die bamboemobielen die zich in de wind flink laten horen. Ik heb nooit klachten gehad van de buren hierover, en zelf vind ik het een geruststellend geluidje. Ik heb er een filmpje van gemaakt zodat je kunt zien wat ik bedoel:


Nog anderhalve week, en dan is het zo ver: dan vertrek ik voor vier weken naar mijn lief! Niet te geloven hè. Ik ben nu van alles aan het regelen voordat ik weg kan. Ik denk dat ik bijna alle nodige boodschappen heb gedaan, behalve nog voor vier weken kattenvoer en kattenzand in huis halen. De buren op de hoek zijn zo lief om dagelijks even eten neer te zetten en af en toe een aai over een kattenbolletje te geven. Eigenlijk zou de jongste zoon de katten verzorgen, maar die is hals over kop naar zijn nieuwe leefplek vertrokken sinds een week. Dat was even schrikken, maar gelukkig heb ik een paar zomers voor de inmiddels overleden (van ouderdom!) kat van de buren gezorgd en daardoor durfde ik hun te vragen.

Het blijft onwerkelijk: getrouwd zijn met een man in een ander werelddeel. De toekomst is onzeker, ik kan het me niet meer veroorloven om naar hem toe te gaan, maar mensen die weten hoe gek mijn lief en ik op elkaar zijn, vinden het een goed doel om ons in onze hereniging te steunen. Is dat hoe het universum ingrijpt wanneer je je legende leeft?
De UWV-arts vond het vreemd dat ik wel naar Afrika kan en niet kan werken. Daar kan ik me iets bij voorstellen, maar ik legde hem uit dat ik daar helemaal niets hoef te doen, zelfs boodschappen en koken worden voor me gedaan. Ik doe er niet veel, ik kom voor mijn lief en familie/ vrienden, dan ga je geen drukke excursies ofzoiets doen. Ik kan in ons kleine paradijs, het ronde huisje, rusten wanneer ik maar wil.
Andere klachten neem je gewoon mee, en het maakt niet veel uit of ik hier of daar moe ben of pijn heb... Jawel, het maakt wel uit: wanneer je met de liefste van de wereld bent herenigd kan  pijn je minder schelen, en zorgen om de jongens of mijn inkomen kan ik daar even laten gaan.

Ik hoop dan ook wat dingen voor mezelf op een rijtje te zetten. Niets spectaculairs, gewoon, hoe ik mijn dromen kan gaan verwezenlijken. Niet zo gewoon dus, eigenlijk heel mooi!!!

Waarschijnlijk zal het even wat stil zijn, hier op mijn blog, en ik hoop ook in mijn hoofd. Laat het maar even razen in mijn hart en ziel. Eindelijk weer samen met mijn lief.

vrijdag 4 november 2011

(04-11-'11) Hoopvol

Iedereen kent wel dat gevoel dat alles tegen zit, en dat er geen hoop meer is dat het ooit nog beter wordt...
Voor iedereen die zich momenteel zo voelt is hier dit filmpje.

     

En jawel, alsof er niets aan de hand was ...

dinsdag 25 oktober 2011

(24-10-'11) Ode aan mijn moeder

De katjes staan te smullen van de bakjes die mijn lieve moeder,
attent als je bent voor de schatjes heeft meegenomen.

Terwijl je toch al bijna een week dodelijk vermoeiend, maar zeker ook leuk,
bezoek hebt sta je toch nog voor ons, grote volwassen lummels in de keuken een
heerlijke maaltijd te bereiden.

Wanneer ik in janken uitbarst om de wanhoop van mijn lieve grote zoon, sta je als eerste klaar om me te helpen,
niet alleen door financieel bij te springen, zoals je de laatste tijd vaak doet/ moet, maar ook door de
opdringerige even niet zo gevoelige schoonzus uit mijn buurt te houden.

Je maakte een opmerking over dat je van mij ook dit soort wanhoop telefoontjes kreeg,
en opeens realiseerde ik me, wat je allemaal op je bord krijgt met ons, zo door de jaren heen.

Ik weet het, ik laat niet altijd merken hoezeer ik je waardeer mam,
en soms leg ik dingen van vroeger misschien wat negatief uit,
Maar je bent een moeder en zeker ook een oma uit duizenden.

Dank je mam, dat je zoveel van ons houdt en altijd voor ons klaar staat.
Je bent geweldig.

Hele dikke kus, je dochter

zaterdag 2 juli 2011

(M&L 02-07-’11) Update Magic

Het is al weer even geleden dat ik vertelde over Magic Johnson, onze eigen je-weet-wel-kater. Hij lag stilletjes weggekropen en ik vroeg me af of hij ons zou verlaten. Inmiddels ben ik toch met hem naar de dierenarts geweest omdat hij al dagen niet gegeten of gedronken had. Het was nog een heel gedoe om hem daar te krijgen. Ik heb geen auto dus heb ik hem in een tas, een speciale kattentas dat wel, aan het stuur van mijn fiets gehangen. Voordat hij hier in ging had ik een hele trukendoos geopend. Op een gegeven moment was hij in het gras in de tuin gaan liggen.
Ruim voor ik de afspraak bij de dierenarts had heb ik de tas alvast bij hem gezet, zo kon hij wennen. Ik hield hem natuurlijk in de gaten dat hij niet opeens weg zou lopen, maar de arme schat had absoluut geen behoefte aan bewegen, laat staan aan weglopen. Even later heb ik hem voorzichtig opgepakt en in de tas gedaan en binnen gezet.
Hij was te zielig om te protesteren. In de tas had ik lekker een stinkend T-shirt gelegd en zijn favoriete knuffel, genaamd ‘Lummeltje.’

Toen het zover was ben ik gaan lopen met de fiets aan de hand zodat hij niet teveel last zou hebben van gehobbel over verkeersdrempels en dat soort gein. Ruim op tijd arriveerde ik. Vol medeleven met Magic ging ik in de wachtkamer zitten. Ondertussen had ik al met de assistente gesproken over het feit dat ik nogal low budget leef en dat ik erg bang was voor de kosten. Volgens haar was dat geen probleem en konden we eventueel een afbetalingsregeling treffen. Op het internet had ik belachelijke bedragen gezien voor kosten voor operaties etc. Het is altijd een van mijn grote angsten geweest dat ik de rekening niet zou kunnen betalen voor zo’n behandeling en dus zat ik nu enigszins nerveus hier. Natuurlijk kwam er iemand met een grote hond langs. ‘Hij doet niets hoor, hij is gewend aan katten.’ Meteen stoof het monster op Magic af die in de tas een rolberoete kreeg terwijl hij zich al zo lamlendig voelde. Ik haatte direct de hond en het baasje kreeg een standje van de assistente dat ze eigenblijk niet zonder afspraak binnen mocht komen.

Gelukkig hoefden we niet al te lang te wachten. De dierenarts was erg lief voor Magic en gaf hem complimentjes dat hij zo’n lieve kat was. Hij constateerde een flink abces in zijn bek en legde uit dat dit door vechten kwam. Ik verfoeide direct de gemene vijandkat waar ik het eerder over heb gehad. Magic’s wang werd geschoren en er werd een mes ingezet om de troep eruit te laten komen. Het kwam echter niet hard en met zijn vingers ging de dierenarts in zijn bek en kokhalzend haalde de arme man alle pus eruit. Toen was het al klaar. Ik kreeg nog een goedkope variant van antibiotica mee en kon alweer naar huis. De kosten vielen uiteindelijk erg mee. Voor €50.00 waren we klaar. Gedurende een dag of vier moest ik ’s ochtends en ’s avonds een tablet geven. Magic was natuurlijk niet van plan om vrijwillig zijn bekje op te houden om een tablet in ontvangst te nemen. Ik gebruikte de aloude truc om medicijnen te verstoppen in heel lekker eten dat hij zeker op zou eten, en zo gebeurde het dat Magic verwend werd terwijl zijn jaloerse zusje buiten opgefokt tegen het raam stond te tikken. ‘Hee, vergeet mij niet. Dat wil ik ook.’ Heel zielig maar ze kreeg niets.

We zijn nu een paar weken verder en alles gaat goed, met Magic en met zusje Luna. De vijandkat komt nog steeds regelmatig langs en als ik snel genoeg ben krijgt hij een plens water over zich heen. Een keer betrapte ik de vijandkat toen hij met zijn gore nagels weer in Magic’s zere wang hing en hij keek me triomfantelijk aan. Met de bezem die standaard klaar staat voor dit soort gevallen probeerde ik de kat weg te jagen maar hij viel voor de zoveelste keer de bezem aan. Die liet hij niet meer los en moest ik buiten laten liggen, maar gelukkig kon ik Magic binnen krijgen. Niet veel later zag ik weer een abces, ditmaal op zijn borst maar gelukkig liep dit op een gegeven moment vanzelf leeg. Ja, heel goor!

Nu loopt Magic weer rond alsof er nooit iets is gebeurd. Hij drinkt zelfs weer stinkend brak water uit de parasolvoet. Binnen bij zijn voerbak staat heerlijk fris water dat ik elke dag ververs, maar er gaat niets boven het gehengel naar het oude water volgens hem.

dinsdag 7 juni 2011

(M&L 07-06-’11) Kater

Wie hier vaker komt weet inmiddels dat mijn huidige huisgenoten de kattenbroer en zus, Magic Johnson en Luna zijn. Geboren in juni kwamen ze In augustus 2001 bij ons wonen. We woonden toen nog op een flatje maar hadden al hoop binnen niet al te lange tijd weer een eengezinswoning te krijgen. Magic en Luna kwamen op een moment dat we als gezin wat uit elkaar dreigden te vallen en deze lieftallige kattentweeling bracht ons weer bij elkaar. In december 2001 kregen we inderdaad een huis met een tuin, en de katten genieten daar doorgaans volop. Als het even kan gaan ze naar buiten, als de vijandkat (zie ook 01-05 & 21-05’11) er tenminste niet is.  Het is een vredig gezicht wanneer ze allebei lekker in de zon in de tuin liggen.


Het zijn gelukkig gezonde en vooral erg lieve katten. Maar de laatste dagen eet Magic opeens slecht. Ik dacht nog even dat hij een adresje in de buurt had gevonden waar hij lekkerder eten kreeg, maar sinds twee dagen ligt hij op de vensterbank van de kamer van een van de jongens, en hij komt er nauwelijks vandaan. Gisteren dacht ik echt dat zijn tijd er op zat: hij at niet en dronk niet, hij wilde met rust gelaten worden. Ik probeerde hem te aaien maar dat vond hij maar niets. Zijn huid was dof terwijl die meestal mooi glanst. Op een gegeven moment heb ik zelfs afscheid van hem genomen, hem bedankt voor alles wat hij ons altijd heeft gegeven, en ik heb gezegd dat als het zijn tijd was dat hij dan mocht gaan. We zullen hem missen maar het is goed.

Om de paar uur ging ik even boven kijken of hij nog ademde. Hij leek geen pijn te hebben en lag er tevreden bij, suffig dat wel, maar rustig en tevreden. ’s Avonds tegen ½ 12 zette ik eten klaar voor Luna, en tot mijn grote verbazing kwam Magic naar beneden. Hij liep naar een etensbakje en voorzichtig proefde hij eraan maar toen, heel zielig, bleek dat hij nauwelijks kon eten. Hij had/ heeft een hele dikke wang. Voorzichtig deed hij nog een plas op de bak en ging weer naar boven. Hij had geen enkele behoefte om de deur uit te gaan, terwijl hij normaal niet te houden is, zeker met mooi weer.

Voordat ik naar bed ging keek ik uiteraard nog even bij Magic maar ik kon hem nergens vinden. Na lang zoeken bleek hij tussen de stinkschoenen onder een bed te liggen. Hij zag er iets beter uit en lag daar heerlijk. Dus ik liet hem. Vanochtend lag hij daar nog steeds. Af en toe ga ik bij hem kijken, maar ik laat hem met rust. Wel hou ik in de gaten of hij pijn heeft, maar zolang hij lekker slaapt laat ik hem, en ga ik er van uit dat hij weer opknapt. Ik denk dat zo’n katje goed weet wat hij nodig heeft om zichzelf te genezen. Beter dan wij mensen.

vrijdag 20 mei 2011

(C21-05-’11) Blij met mijn Flip + update 24-05: Van God los in de achtertuin

Hoe ik op het idee kwam weet ik eigenlijk niet, maar opeens zat het in mijn hoofd: ik wil ook een Flip. Nog niet zo lang geleden heeft mijn zusje een Flip aangeschaft en ze was zo lief om hem aan mij uit te lenen toen ik de laatste keer naar Afrika ging. Ik heb dan ook een heel leuk filmpje van mijn lief kunnen maken, maar dat terzijde.Ik was jarig deze week en mij werd gevraagd wat ik wilde. ‘Niets,’ ik loop niet zo met dit soort wensen rond.

Opeens las ik allerlei verhalen over de toekomst van het bloggen en de mogelijkheden van de Flipcamera. Ja haha, dat was hem, dat wilde ik wel voor mijn verjaardag; geld om voor een Flip te sparen. Nou kreeg ik in een keer genoeg om hem aan te schaffen en gisteren werd hij thuisgebracht. En ik vind hem leeeeeeeeeeeuuuuuk!!!

Dit is hem: de Flip Video Ultra HD III 8 Gb – Zwart

Hij is heel eenvoudig te gebruiken. Er zit een aan- en uitknop aan de zijkant, en aan de ene kant een lens, aan de andere kant een opnameknop en een prullebakje. Aan de zijkant zit een usb-ding waarmee je hem gewoon kunt opladen door hem in je pc te steken.Er zit een geheugen van 8 gb op waarmee je zo’n twee uur kunt opnemen.


Ik zal mijn best doen om niet te veel onbenullige filmpjes te plaatsen, maar ik wil met deze column laten zien hoe leuk dit soort gadgets is en wat een mooie extra mogelijkheden er zijn om een blog te verlevendigen.

Natuurlijk ben ik een beetje met hem aan het spelen, dus jullie moeten er aan geloven. Ik heb ter illustratie een klein filmpje gemaakt van mijn katten die rechtsachter de blauwe bak (als je goed kijkt) de vijandkat ontdekt hebben.



Geweldig toch, daarom ben ik blij met mijn Flip. En ik vind hem ook heel mooi.

24-05 update: Van God los in de achtertuin

Ik was net aan het kijken naar de uitzending gemist Van God los. Heftig op de nuchtere maag.
Toen hoorde ik ze bezig in mijn achtertuin.



Ik heb ze maar op tijd uit elkaar gehaald.

zondag 1 mei 2011

(C01-05-’11) Met gevaar voor eigen leven

Het wordt wel avontuurlijk gevonden door deze en gene dat ik met enige regelmaat naar Afrika ga, maar ik kan je verzekeren dat het gevaar om de hoek ligt in een klein rustig dorpje in het midden van het land.

Wij hebben twee katten, Magic Johnson en Luna, broer en zus, en ze zijn de goedheid zelve. Helaas blijken ze een stalker te hebben, de vijandkat noem ik hem. ’s Avonds laat voor ik ga slapen geef ik de katten eten, dat is een mooie manier om ze ’s nachts binnen te krijgen. Op zekere avond doe ik mijn voordeur open en roep de katten: “pst…”, en vaak maak ik een geluidje dat zich het best laat beschrijven als “twt, twut…” dat doe ik met mijn tong tegen mijn voortanden en geloof het of niet maar daar reageren ze op. Zo ook die avond. Ze komen naar binnen gestoven, een, twee, drie…allemaal zwart met een beetje wit. Drie? Verrek, dat is er een te veel. Dat was mijn eerste kennismaking met de vijandkat, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was stormde hij op de voederbakjes in de keuken af. En ik, grote spelbreker jaagde hem weg, vooral omdat de eigen katten niet durfden te eten. Sinds die tijd is het mis tussen ons.
Iedere keer weer wanneer hij onze katten belaagd, of vrijpostig de keuken in wandelt om wat brokjes te nuttigen, ben ik het die hem wegjaagt, zijn gemene lol bederft. Ik heb soms met hem te doen, maar hij spoort niet, ik kan hem niet in huis hebben. Het escaleerde toen ik een akelig gegrom en gemep in mijn voortuin hoorde, de plukken haar vlogen in het rond. Ik ging naar de voordeur om hem weg te jagen. Bij normale katten is dat voldoende, zo niet bij deze.

Dreigend keek hij me aan en maakte een onmenselijk geluid, zelfs onkattelijk, en voor ik er erg in had vloog hij me aan. Ik schrok me wezenloos natuurlijk, maar hij hing nog met een nagel in mijn pink en het koste geweldig veel moeite om hem daaruit te krijgen en niet verder aangevallen te worden. Het bloed spoot uit mijn pink en het vel hing zover open dat er een witte substantie uitpulkte, zo diep, het bloed voorbij. Bleek van schrik, trillend op mijn benen. Ja hoor, naar het ziekenhuis, laten hechten die handel.

Sinds die tijd ben ik bang van hem. Nou zat ik van de week 's avonds onschuldig op mijn bank te lezen. Mooi weer, de deur had de hele dag open gestaan, en nadat ik de achterdeur op slot had gedaan riep ik zoals gebruikelijk mijn katten binnen voor het avondeten. En ja hoor, Magic en Luna kwamen binnen, maar opeens ging de kamerdeur open en kwam de vijandkat van boven. Shit, wat nu. Mijn eigen katten stonden op het punt hun terrein te verdedigen en de vijandkat besloot wijs om toch maar er vandoor te gaan, ware het niet dat de achterdeur op slot zat. Hij was in een fuik gelopen. Er is een smal gangetje bij de achterdeur en ik wilde liever niet over de vijandkat heenreiken om de deur van het slot te halen, dus deed ik ruimhartig de tuindeuren open voor hem. De sukkel snapte het niet en kroop nog dichter tegen de buitendeur aan. Ik probeerde nog buitenlangs de deur te openen maar stom, de sleutel zat in het slot. Om een lang verhaal kort te maken, ik moest ondanks mijn angst en zijn gedreig over hem heen om de deur te openen. Het liep allemaal goed af, hij vloog de deur uit, bijna via de open tuindeuren weer terug, maar hij vertrok zonder ongelukken. Pfoeh, dat hadden we weer heelhuids gered.

Gistermiddag, mooi weer, iedereen de straat op voor Koninginnedag, ik dacht laat ik van de rust en de zon genieten en in mijn voortuin gaan werken. Zo gezegd zo gedaan, ik genoot van het weer en was net lekker bezig toen het buurmeisje van twee huizen verder met haar vriend en twee enge pitbulls langs liep. Ik heb het niet zo op honden en zeker niet op deze, maar we groeten elkaar vriendelijk en ze liepen voorbij. Ik draaide me om om weer verder te gaan toen opeens de grootste gemeenste van de twee zich ook omdraaide en volkomen onverwacht in mijn achterbeen beet. Eerst was ik verbaasd maar het deed ook zeer. Het meisje en haar vriend keken geschrokken om, de vriend dacht nog even dat hij me niet had geraakt, maar ik trok mijn rok op en liet zien dat hij toch echt beet had. We gingen trillerig allebei ons eigen weg. Binnen stond ik te trillen op mijn benen, de plek was pijnlijker dan goed was. Shit, moest ik nou weer naar het ziekenhuis voor een tetanus-injectie. Ik zal het verder kort houden, nadat ik met de eerstehulppost had gebeld bleek dat ik dankzij Afrika nog genoeg tetanus of antitetanus in mijn lijf heb, dus ik hoefde geen nieuwe dosis. Het buurmeisje en haar vriend kwamen al snel daarna langs, met een plant en heel vel excuses. “Dat doet 'ie nooit”. Ze hebben nog betadine voor me gehaald, en ik kreeg een paar sigaretten voor de schrik. Uiteindelijk heb ik Black seed Oil op mijn been gesmeerd ( zie een van mijn vorige columns) en 24 uur lang een natte doek tegen infectie om mijn been gehad. Ik moet zeggen dat het er betrekkelijk rustig uitziet nu. Hebben we dus ook weer overleefd.

Terwijl ik dit schrijf, geloof het of niet, liep de vijandkat achter me het huis in, ik wilde hem wegjagen maar hij vloog de trap op naar boven. Deze kat ga ik niet naar beneden halen want hij is te onbetrouwbaar, dus moet ik rustig afwachten tot hij zelf naar beneden en naar buiten gaat. Gatver, het is nu wel weer even genoeg geweest.

Nou, laat mij maar weer naar Afrika gaan, een stuk rustiger.

donderdag 17 maart 2011

( C17-03-’11) De Hereniging, Inshallah


Op een weekje na in mei, is het precies een jaar geleden dat mijn lief en ik samen waren. Het was natuurlijk nooit de bedoeling dat het zo lang zou duren voor we elkaar weer zien. Een geweigerd visum, langdurig in de ziektewet, dat zijn de hoofdobstakels geweest, en dat soort dingen zijn ook meteen de grote nadelen aan een lange afstandsrelatie. Ik zei het al eerder, ik kwam nog nooit zoveel grenzen tegen als in deze situatie van grenzeloze verliefdheid.

Ik moet zeggen dat ik het ook bijna niet meer volhoudt, de afstand is me soms te groot en te lang. De afhankelijkheid ook, om elkaar te kunnen zien zijn we afhankelijk van ambtelijke willekeur (visum), economische omstandigheden (prijs ticket etc. ), werk/ niet-werk, nog even en ik ga mijn tweede jaar in de ziektewet in en dat betekent dat ik naar 70% van mijn inkomen ga, bovendien krijg ik ontslag zo gauw ik beter ben (!) en ook dan is mijn inkomen maximaal 70%. De vraag is hoe ik dan in Godsnaam kan sparen voor een reis naar mijn lief.

Maar vandaag ben ik blij. Morgen zie ik mijn lief weer, Inshallah, als God/ Allah het wil. Ja, het is spannend om elkaar na zo’n tijd weer te zien, er is veel gebeurd in dit jaar, we hebben allebei klappen gehad, net als iedereen natuurlijk. Veel kun je delen via e-mail, sms en soms telefoon, maar veel hou je ook voor jezelf. Je wilt de ander niet te veel belasten, de machteloosheid is groot wanneer je lief aan de andere kant van de wereld even de moed laat zakken. De vreugde is moeilijk te delen wanneer je goede tijden doormaakt met vrienden of familie. Ondanks alle obstakels hebben we intensief contact en voelen we beiden dat onze band, onze basis, steeds steviger wordt. We zijn beiden steeds zekerder van onze gevoelens, van het wederzijdse respect en de diepe pure liefde die we voor elkaar voelen. Dat is waarom we volhouden tegen alle verwachtingen in.

“Ga, en hak knopen door,” zegt een collega als ze me een goede reis wenst. “Het lot grijpt in“ zegt een ander, en er wordt bedoeld dat ik nu vrij ben om naar Afrika te gaan, te emigreren. Het is mijn bedoeling om me bij mijn lief te voegen en samen verder te gaan, maar ik ben er nog niet aan toe. Ik kan mijn kinderen, mijn moeder en mijn katten nog niet achterlaten. Ik heb geen inkomen om mezelf te onderhouden en het inkomen van mijn lief is al te weinig voor hem alleen. Het liefst zou ik ieder jaar een paar maanden naar Nederland komen, maar bij wie zou ik een kamertje kunnen huren waar ik een paar persoonlijke spullen achterlaat en waar ik kan logeren wanneer ik hier ben, en wie vangt mijn post voor me op wanneer ik daar ben? Kortom, ik vind het een hele stap, en het verbaast me soms hoe gemakkelijk mensen zeggen: Ga dan! Terwijl ze zelf van hun leven zo’n stap niet zouden durven nemen. Maar het komt goed. Het zal niet zo heel lang meer duren voor ik er klaar voor ben. Ik heb de tweede helft van 2012 in mijn hoofd als vertrektijd, misschien wordt het iets eerder. De tijd zal het leren.

Voorlopig ga ik voor drie weken, en ik probeer het gemiezemuis zo veel mogelijk uit mijn hoofd te zetten en te genieten van de tijd die mijn lief en ik samen hebben, en ik zal genieten van de familie en vrienden die ik weer ga zien en in mijn armen kan sluiten. Leve de hereniging, Inshallah.

17-03-‘11


maandag 3 januari 2011

(C 03-01-’11) Daar gaan we

De eerste maandagochtend van het jaar laat me het beste beseffen dat er eigenlijk geen verschil is tussen de laatste maandag en de eerste maandag, ik ga gewoon door waar ik ben gebleven. Voornemens maak ik nooit voor het nieuwe jaar, dus dat is makkelijk, ik hoef me nergens aan te houden. In deze kerstvakantie kon ik thuis werken wat me erg goed is bevallen. Ik sta nogal vroeg op de laatste tijd en door van zeg zes uur tot acht uur te werken, maak ik effectief gebruik van mijn rare slaapritme en heb een voldaan gevoel wanneer ik al twee uren heb gewerkt om acht uur ’s ochtends. Wanneer ik naar kantoor ga begin ik rond negen uur, na een reistijd van ongeveer 45 minuten. Kun je nagaan, wat een verloren tijd eigenlijk.

Thuis werken heeft so wie so voordelen, zo kun je als je dat wilt de hele dag in slaapkleren rondlopen, of als je een slechte slaper bent dan kun je midden in de nacht een paar uren werken. Tenminste, ik kan dat want ik heb met dit thuiswerk geen contact met klanten, wanneer ik ben hersteld en terug in mijn oude functie kom, dan moet ik overdag werken want niemand vind het leuk om midden in de nacht uit zijn bed te worden gebeld met een of ander vage vraag van een bedrijf waar je toevallig mee te maken hebt. ’s Nachts bellen is voor verliefden of voor enge noodgevallen en dat doen we dus maar niet.

Thuis werken is ook leuk voor de katten, zeker aangezien ik hun persoonlijke kattenluik ben. Zonder mij kunnen ze niet naar binnen of naar buiten, zeker nu er geen thuiswerkende zoon meer aanwezig is. Een van de katten vind het erg leuk om met haar dikke billen voor mijn beeldscherm te gaan zitten en schattige maar harige kopjes te geven zo gauw ik achter mijn laptop zit. Hmmm, lief ja, de eerste twintig keer. Ja, ze genieten ervan dat ik veel thuis ben.

Toch vraag ik me wel af hoe dat nou verder gaat met mij en dat ziekzijn en niet (veel) kunnen werken. Binnenkort moet ik naar drie ochtenden op kantoor werken, en dat voelt alsof ik de Mount Everest moet beklimmen. Ik ga het maar gewoon doen en misschien valt het mee. In december ben ik twee ochtenden per week gaan werken, de ene keer viel het een beetje mee en de andere keer kwam ik op apegapen thuis en bracht zo nog eens anderhalve dag thuis door zonder energie. Het afgelopen weekend ben ik bijna helemaal slapend doorgekomen, waarschijnlijk in de kerstweek toch iets te veel gedaan, voor mij te veel dan, want ik heb naast wat familiebezoek amper iets extra’s gedaan. Frustrerend ja, moeilijk om bij neer te leggen ook. Er wordt wel gezegd dat acceptatie het begin van genezing is, maar voor mij voelt het alsof ik me er dan bij neerleg en dat wil ik niet, ik wil genezen en weer kunnen doen wat ik eerder ook kon doen.

Ik ga trouwens ook genezen, het duurt alleen wat lang, maar goed: Daar gaan we!

03-01-’11

donderdag 18 november 2010

(C 17-11-’10) Nog steeds moe, moe, moe

Het is bijna twaalf uur en ik wil naar bed. We hebben twee katten die ik 's avonds laat eten geef, zodat ze voor de nacht binnen komen. De eerste kat ligt volgegeten op de bank, maar de tweede kat is in geen velden of wegen te bekennen. Ik vind het moeilijk om gewoon naar bed te gaan, met het idee dat hij in deze kou de hele nacht buiten loopt. En dus loop ik honderd keer naar de deur om te kijken of meneer al binnen wil komen. Ik ben moe en ik wil slapen.

Ik slaap ongelooflijk veel. Dag in, dag uit. Vaak ben ik om elf uur ’s ochtends al moe. Ik werk één ochtend, vier uur, in de week en dat is al bijna te veel. Het is de bedoeling dat ik in december twee ochtenden ga werken, twee keer vier uur, en ik zie er tegenop. De terugweg van mijn werk naar het station kost me al zo veel moeite, het lijkt of bij iedere stap mijn voeten een beetje verder in de grond wegzakken.

Vandaag had ik een gesprek met een collega/ baas over de stand van zaken. Ik voel me opgelaten, ik ben al drie en een halve maand thuis en ik merk weinig of geen vooruitgang. Ik kan niet zeggen wanneer ik weer terug kan komen, zelfs niet of ik weer terug kan komen. De vraag is of het Cytomegalievirus (CMV) in het chronisch vermoeidheidssyndroom is overgegaan. Omdat dit vage ziektes met vage klachten zijn lijkt het of niemand uitsluitsel kan geven. Die onzekerheid is heel vervelend. Voor mijzelf en voor mijn werk. Af en toe denk ik: Kom op, schop onder de kont, en doorgaan. Aan de andere kant heb ik dat misschien te vaak gedaan en is dat mogelijk een reden dat ik nu thuiszit.

Ik probeer mijzelf te genezen. Een van de pijlers van zelfgenezing is vertrouwen. Vertrouwen in het proces, vertrouwen in mijn kracht en vertrouwen in het universum. Soms ben ik dat vertrouwen even kwijt en ik vraag me dan af hoe het verder moet. Met mij, met mijn werk. Ik vraag me dan zelfs af of het me ooit nog gaat lukken naar mijn lief in Afrika te gaan. Ik ben echter overtuigd van de kracht van gedachten en probeer daarom zo snel mogelijk mijn gedachten weer positief te maken en het vertrouwen in de loop der dingen weer terug te vinden. Gelukkig lukt het me meestal om de moed er in te houden.

Op dit moment komt de kater thuis om te eten en in het warme huis te overnachten. Mooi, nu kan ik lekker gaan slapen.