Waarom durf je niet te geloven wat je al heel lang weet? Moet je echt eerst helemaal afbranden voordat je langzaam weer uit de as durft te herrijzen?
Hier kun je het verhaal lezen van een vrouw die na ruim twintig jaar alleenstaand ouderschap de weg terug naar zichzelf zoekt en vindt. Hulpmiddel hierbij is het pad van zelfgenezing, vandaar het symbool van de Phoenix die uit de as herrijst.
vrijdag 13 januari 2012
(13-01-’12) Ik zweer bij zwart
Dat geloof je toch niet: niemand wil zwarte katten. Een klein berichtje in zo’n gratis treinkrantje gisteren. Metro, Spits, de naam weet ik niet meer, maar het stond er echt. Dat kon ik niet zo maar over mijn kant laten gaan. Ik wilde direct een stukje schrijven, maar bedacht toen dat ik beter en dag kon wachten en ook op vrijdag de dertiende aandacht aan dit fenomeen kon besteden.
Vrijdag de dertiende, ongeluk. Zwarte katten zouden ook ongeluk brengen en dat is dan meteen de hoofdrede dat mensen geen zwarte katten willen. Nou heb ik een broer die op vrijdag de dertiende is geboren, en toevallig vandaag ook weer op vrijdag de dertiende jarig is, dus in onze familie zijn we niet bang voor vrijdag de dertiende.
Zoals je hier ziet, zijn we ook niet bang voor zwarte katten. Integendeel, ze zijn een belangrijk deel van ons leven. Sinds ze ruim tien jaar geleden in ons gezin kwamen hebben we lief en leed gedeeld, Waren het eerst nog kleine pluizige bolletjes waar de kinderen en ik met verbazing naar keken. Bewegende knuffels die ademden en, echt waar, windjes konden laten tot grote hilariteit van de kinderen. Konden ze in het begin nog rechtop onder de sofa door, of samen in die leuke rijstmandjes van Albert Heijn, tegenwoordig barst elke doos waar ze steevast samen in willen liggen uit zijn voegen.
Ik zweer bij zwart!
Dit is mijn ode aan onze zwarte katten: Magic Johnson en Luna. Geweldige huisgenootjes, die niets dan liefde en genot in het gezin hebben gebracht.
Op deze avond dat ik in een niemandsland tussen twee werelden zit, klaar om morgenochtend vroeg met het vliegtuig naar mijn lief aan de andere kant van de wereld te vliegen, ben ik meewarig, niet in de laatste plaats omdat ik de zwarte harige schatjes achter moet laten.
Ik heb ze uitgelegd dat ik weliswaar een tijdje wegga, maar dat ik echt weer terugkom, en dat ze zich over moeten geven aan de zorgen van lieve buren. Een hele handleiding heb ik voor de buren geschreven, want ja, qua aandacht zijn ze verwend. Terecht, want ze zijn intens lieve gemakkelijke katten, broer en zus uit hetzelfde nestje.
Ik kan me herinneren toen we ze net hadden dat er een vriendje van een van de kinderen zei dat hij ze saai vond, die zwarte katten. Hij had liever een kat met meer kleurtjes. Wat waren we verontwaardigd dat hij zo over onze katjes sprak! Hoe zeer ik ook van kleur houd, qua katten zweer ik bij zwart. Ik vind ze geweldig.
Het is inmiddels eind van de dag en ik heb geen idee hoe succesvol de acties om zwarte katten in het daglicht te zetten, door asiels zijn geweest, maar ik hoop dat mensen nog eens nadenken. Ze zijn namelijk geweldig, die zwarte katten.
zondag 8 januari 2012
(07-01-’12) Grenzeloos verliefd, grenzeloos getrouwd
‘Ach, wat ben je toch een meisje, mam,’ zegt mijn jongste zoon gekscherend. Hij legt me uit dat meisjes altijd meer aandacht willen dan een man kan geven (…) Ik lach mijn onbestemde gevoel weg, voor even. Ik stuur mijn lief een mailtje en leg hem uit dat het zo belangrijk is, zeker over zo’n afstand, om contact te houden. Die week lukt het ons om via Facebookchat bijna twee uur lang bij te praten. Ik merk dat hij onder druk staat, grote druk. Voor zijn studie heeft hij zich vastgelegd op zo’n zeven examens en werkstukken in heel korte tijd. Hij is dag en nacht bezig. Naast zijn baan, zijn college’s, zijn familieverplichtingen etc. Op die manier probeert hij vooruit te werken om af en toe vrij te zijn wanneer ik in januari/ februari bij hem ben.
De stroom valt regelmatig uit. Mijn lief moet dan studeren bij een ledlampje, of een kaars. Wanneer hij zit valt hij in slaap en midden in de nacht staat hij dan op om verder te studeren. Hij heeft thuis geen internet natuurlijk, dus om een mail te sturen moet hij het huis uit, naar een internetcafé waar hij eigenlijk niet graag komt vanwege gebrek aan privacy en de rondhangende jongeren. Vaak heeft hij gewoon geen credit om te bellen, omdat hij zijn zoon naar een goede, maar dure school probeert te sturen. Ik weet het, ik weet het heel goed, maar toch mis ik het contact.
‘Hij studeert zo hard om jou en zijn zoon straks een beter leven te kunnen geven.’ zegt mijn zoon terecht.
Misschien breekt de afstand me gewoon op. We zijn getrouwd in april, en we hadden een meer dan geweldige zomer samen, nu zijn we al weer maanden apart. De toekomst willen we samen zijn, samen doorbrengen, maar hoe. Sinds mijn salaris 30% achteruit ging is het eigenlijk onmogelijk geworden om nog naar mijn lief te gaan. Hij kan nooit van zijn leven een reis hierheen bekostigen, zijn hele maandsalaris is minder dan wat een tiener hier met een bijbaantje van een paar uur verdient. Het schattige huisje dat ik als door een wonder heb kunnen laten bouwen in zijn land is door omstandigheden niet geschikt om samen in te wonen. We hebben een eigen plek nodig. Bij zijn familie intrekken is geen optie, als geadopteerde zoon heeft hij een andere status dan de eigen kinderen. Tja. Bovendien zit het huis vol, inmiddels wonen er zo’n dertig mensen. Hij heeft geen eigen huis. Hoe komen we aan een huis?
Ik weet financieel niet hoe het me verder zal vergaan. Zal het me lukken een nieuwe baan te vinden, lukt het me mijn eigen bedrijfje op te zetten en uit te bouwen. Zoveel onzekerheden.
En toch, tegen alle logica in geloof ik dat het ons zal lukken om bij elkaar te komen en te blijven. Ik haal hierbij Paulo Coelho opnieuw aan, wanneer hij in de Alchemist zoveel zegt als dat het universum zich samenspant om jou te geven wat je wilt. (When you want something, the whole Universe conspires to help you realize your desire). Natuurlijk heb ik mijn momenten dat ik twijfel waar ik mee bezig ben, maar wanneer ik stil sta en luister naar mijn hart, mijn gevoel, dan weet elke vezel in me dat mijn lief en ik in de niet meer zo verre toekomst samen zullen zijn. Te beginnen met volgende zaterdag, dan vlieg ik weer naar hem toe om vier weken samen te zijn.
Sinds deze week begint het besef door te dringen dat ik echt ga, dat we echt samen zullen zijn voor een hele maand.
Laat ik mij over geven aan het vertrouwen dat het wel goed komt met ons, en nu gaan genieten van alles dat we wel hebben en meer is dan menig mens zal kennen, namelijk de onvoorwaardelijke liefde die je boven jezelf doet uitstijgen. De intense blijdschap wanneer we eindelijk samenzijn.
dinsdag 13 december 2011
(13-12-’11) Het is MIJN leven en MIJN lijf
Het is een experiment, ook voor de dokter, vandaar dat ik nu voor controle had afgesproken. Ze bevestigde wat ik zelf al ervaarde: de huid is steviger, minder droog, beter doorbloed, en de witte, voor Lichen Sclerosis zo karakteristieke plekken zijn zo goed als verdwenen. Nou vind ik het laatste een wat erg snelle reactie na twee weken, maar ik ben blij. En trots. Bij het weggaan kreeg ik een complimentje van de dokter: Wat goed dat je dat zelf hebt ontdekt. Oh ja, ik had een paar dagen eerder net een artikel gezien over rode klaver en Lichen Sclerosis, dat heb ik meteen voor haar uitgeprint. Wie weet heeft een ander er ook iets aan. Ik ben trots op het feit dat ik zo af en toe genoeg naar mijn eigen lijf kan luisteren om te vinden wat ik nodig heb.
Vandaag was ik bij het UWV, ja alweer! Nu bij een arbeidsdeskundige. Het was een aardige man maar een vreselijk gesprek waar ik helemaal niets van snapte. Volgens het UWV kan ik weer hele dagen werken in het soort baan waar ik net ben uitgevallen. ..?!? Tijdens het gesprek raakte ik in paniek, wat??? Dit geloof je toch niet. Toen zei deze man bijna letterlijk:’Maar mevrouw, u kunt helemaal niet werken. Als u morgen gaat werken bent u overmorgen weer ziek thuis’. Maar toch, regels zijn regels. Twee uur later met volgejankte zakdoeken en veel schaamte ging ik beroerd naar huis.
Mijn jongste zoon hielp me om alles weer even te relativeren. Om een lang verhaal kort te houden; ik besluit dat ik niet langer het UWV en arboartsen etc. mijn leven wil laten vergallen. Het is MIJN leven, ik weet wat wel of niet goed voor me is. Ondanks het eeuwige gevecht tussen wat maatschappelijk gewenst is en wat voor mij persoonlijk gewenst is, doe ik uiteindelijk toch waar ik in geloof. Wat is er dus logischer dan het gevecht opzij te zetten en rechtstreeks te gaan doen waar ik voor sta, waar ik in geloof. Dat zal me een hoop vervuilde energie schelen.
Kijk, ik sta niet boven de wetten, maar ik wil niet meer dat mijn gezondheid, psychisch en fysiek, zo enorm wordt beïnvloed door deze anonieme amorfe instanties. Het is MIJN leven en ik ga mijn eigen pad. Niemand kan me meer tegenhouden, zeker niet mensen of instellingen die alles raar vinden wat ik doe of de keuzes die ik maak niet begrijpen. Zolang ik weet dat ik integer en zo oprecht mogelijk handel is het goed. Laat mij, laat mij mijn eigen gang maar gaan.
donderdag 15 september 2011
(C15-09-’11) Boerkaverbod
vrijdag 10 juni 2011
(10-06-’11) Ben ik een Moslim
woensdag 1 juni 2011
(01-06-’11) Waar staat haar voor?
Vroeger had ik om de haverklap ander haar: kort, lang, asymtrisch. En kleur, vooral wisselende kleuren. Rood, geel, allebei door elkaar. Henna, en zelfs hoogblond. Dat was de enige keer dat ik echt niet kon wennen aan mijn eigen hoofd. Dat Marilyn Monroe-achtige paste kennelijk niet bij me. Maar voor de rest, hartstikke leuk. Een tijd geleden ben ik gestopt met het kleuren van mijn haar. Ik vond dat heel moeilijk, en nog steeds is de verleiding erg groot. Mijn haar groeit erg snel en dus had ik soms na een week al uitgroei, veel te vaak moest ik naar de kapper. Sinds een tijdje heb ik weer mijn eigen kleur, hoewel, mijn eigen kleur is ook verdwenen. Grijs is het nu. Ook dat is even wennen, je gezicht ziet er anders uit met grijs haar, je moet meer moeite doen om een sprekend gezicht te hebben. Bovendien is de vorm van je gezicht tegen de tijd dat je grijs bent meestal ook meeveranderd. Alles hangt meer en er trekken zich lijnen langs je ogen en je mondhoeken en op andere gekke plaatsen.
De kapper werd enthousiast en vroeg of ik een patroon gesneden wilde, een tribal. Ik twijfelde, vond het wat extreem maar ik hou ook wel van tribals. Uiteindelijk hebben we het gedaan. Spannend, maar ach, binnen een week of twee zie je er waarschijnlijk niets meer van. Eigenlijk vind ik het gewoon leuk voor een keertje.
Maar dan komen de reacties. Er zijn mensen die hun hele leven hetzelfde kapsel hebben, hun reactie is voorspelbaar, zij vinden het maar niets. Lang haar is vrouwelijk, je mag het niet zo kort knippen. De jongste zoon vindt het korte leuk, maar de tribal vindt hij matig. De oudste zoon heeft het nog niet gezien, ik verwacht dat hij het niet zo geweldig vind, voor zover het hem iets kan schelen. Helaas is de reactie van mijn lief veel negatiever dan ik gehoopt en verwacht had. Dat zet me aan het denken, binnen Nederland is dit haar al vrij extreem, laat staan binnen een andere cultuur. Maar dit is wel wie ik ben. Een vrouw met impulsieve soms wat gewaagde keuzes.
Beware when a woman changes her hair, het is een oude uitdrukking. Ik hoorde hem voor het eerst toen ik in een straat woonde met jonge Turkse meisjes die een voor een langzaam hun haren afknipte en met een moderne coupe over straat gingen. Een statement: ik ben vrij, ik doe wat ik zelf wil.
Een behoudend mens zal niet zo gauw het kapsel veranderen. Neem de koningin. De zangeres Liesbeth List hoorde ik wel eens over haar haar, zij zal het ook niet gauw veranderen. Wat zegt het over je als je steeds je kapsel verandert?
donderdag 28 april 2011
(C28-04-’11) Rumi’s Daughter
Een paar maanden geleden ‘ontdekte’ ik, tot mijn schande, pas Rumi: Mohamed (D)Jalal ad-Din (of al-Din) Balkhi Rumi of Roemi (Perzisch: مولانا جلال الدین محمد بلخى رومی ) Hij is een groot dichter en naar mij later bleek ook een Soefi. Op mijn stapeltje actuele boeken ligt zijn dichtbundel ‘Rumi, In the arms of the Beloved’. Alleen de titel al sprak me erg aan. Ik hou van zijn romantische gedichten. Laat me een voorbeeld geven:
I am your moon and your moonlight too
I am your flower garden and your water too.
I have come all this way eager for you,
without shoes or shawl.
I want you to laugh, to kill all your worries, to love you, to nourish you.
Oh sweet bitterness, I will soothe you and heal you.
I will bring you roses. I too have been covered with thorns.
Sinds mijn bekering tot de Islam, ben ik mij (verder) aan het oriënteren op het Sufisme, kort gezegd een mystieke tak van de Islam. Daar kwam ik Rumi opnieuw tegen. Ik had eerder de link niet gelegd tussen Rumi en het Soefisme. In mijn zoektocht kwam ik het boek ‘Rumi’s Daughter’ tegen. Het gaat over de aangenomen dochter van Rumi, Kimya.
Kimya was een jong meisje, geboren in een eenvoudig gezin. Ze had bijzondere gaven, waardoor noch zijzelf noch haar omgeving wisten wat ze met haar aan moesten. Via visioenen en bijzondere ontmoetingen komt ze terecht in het gezin van Rumi, waar ze liefdevol wordt opgevangen en verder ingewijd in het mystieke. Een aparte rol speelt Shams, de bijzondere vriend van Rumi, niet helemaal van deze wereld lijkend, die later Kimya’s echtgenoot wordt. Het is een prachtig geschreven liefdevol boek dat ondermeer de vrouwelijke beleving weergeeft van het leven van en met een mysticus.
Opmerkelijk is hoe de schrijfster laat zien dat de dingen niet altijd zijn wat ze lijken. Er wordt veel geroddeld over Shams, en zijn rol in het leven van zowel Rumi, die zich terugtrekt uit het dagelijks leven, en in het leven van het jonge meisje Kimya. De geruchten gaan dat Shams slecht was voor het meisje, terwijl de schrijfster laat zien dat bepaalde vormen van liefde niet door iedereen te herkennen zijn. Er is een liefde zonder zelfzucht, waarbij nabijheid van de geliefde bijna bijzaak lijkt. (Ja, dat spreekt me natuurlijk aan en is heel invoelbaar) Een liefde die pijn doet en tegelijk prachtig is.
Het hele boek ademt een liefdevolheid uit die je verwarmt en opneemt terwijl je leest. Een liefdevolheid die ik herken in de Islam zoals ik die in Afrika meemaak, jaren geleden in Mali en nu in de Gambia, en die zo anders lijkt dan de Islam zoals die hier in het Westen naar voren komt, in al zijn gewelddadigheid.
Rumi’s Daughter
donderdag 21 april 2011
(C21-04-’11) Tijd voor bezinning
Ik ben me nu aan het oriënteren en inlezen in een vorm van de Islam waarin ik mij het meest kan vinden, vanuit mijn eigen achtergrond. Ik ben uitgekomen bij het Soefisme, een mystieke tak binnen de Islam, er bestaat ook een Universeel Soefisme, maar ik richt mij op het Islamitisch Soefisme. Er zijn raakvlakken met het Boeddhisme en de Bhagavad Gita die me aanspreken. Ik sta nog helemaal aan het begin van mijn ontdekkingstocht, maar ik ben er blij mee. Het lezen en denken over dit soort beslissingen en keuzes geeft richting en diepte, en daardoor rust en een vredig gevoel. Het is jammer dat ik bij terugkomst mij zo vaak moest verdedigen, maar zelfs in de moskee hadden ze het erover dat er mensen zijn die de Koran naar hun eigen negatieve behoeften interpreteren, dat ze me veel sterkte wensten bij mijn terugkeer naar Europa.
zondag 10 april 2011
(10-04-'11) Getrouwd
Zodra er meer rust is in mijn hoofd kun je hier weer stukjes verwachten.
dinsdag 25 januari 2011
(C25-01-’11) Word je dan ook terrorist?
woensdag 22 december 2010
(G 22-12-'10) Decemberwensen
Kunnen we nog terug, of liever vooruit,
naar een samenleving waarin we de kinderen beschermen,
waarin we iedereen die dat nodig heeft beschermen?
Laten we weer voor elkaar gaan zorgen,
en gasten voortaan welkom heten in dit land.
Dat zijn mijn wensen deze feestdagen en nog heel lang daarna.



