Posts tonen met het label Vooroordelen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vooroordelen. Alle posts tonen

vrijdag 13 januari 2012

(13-01-’12) Ik zweer bij zwart


Dat geloof je toch niet: niemand wil zwarte katten. Een klein berichtje in zo’n gratis treinkrantje gisteren. Metro, Spits, de naam weet ik niet meer, maar het stond er echt. Dat kon ik niet zo maar over mijn kant laten gaan. Ik wilde direct een stukje schrijven, maar bedacht toen dat ik beter en dag kon wachten en ook op vrijdag de dertiende aandacht aan dit fenomeen kon besteden.

Vrijdag de dertiende, ongeluk. Zwarte katten zouden ook ongeluk brengen en dat is dan meteen de hoofdrede dat mensen geen zwarte katten willen. Nou heb ik een broer die op vrijdag de dertiende is geboren, en toevallig vandaag ook weer op vrijdag de dertiende jarig is, dus in onze familie zijn we niet bang voor vrijdag de dertiende.



Zoals je hier ziet, zijn we ook niet bang voor zwarte katten. Integendeel, ze zijn een belangrijk deel van ons leven. Sinds ze ruim tien jaar geleden in ons gezin kwamen hebben we lief en leed gedeeld, Waren het eerst nog kleine pluizige bolletjes waar de kinderen en ik met verbazing naar keken. Bewegende knuffels die ademden en, echt waar, windjes konden laten tot grote hilariteit van de kinderen. Konden ze in het begin nog rechtop onder de sofa door, of samen in die leuke rijstmandjes van Albert Heijn, tegenwoordig barst elke doos waar ze steevast samen in willen liggen uit zijn voegen.


Ik zweer bij zwart!
Dit is mijn ode aan onze zwarte katten: Magic Johnson en Luna. Geweldige huisgenootjes, die niets dan liefde en genot in het gezin hebben gebracht.
Op deze avond dat ik in een niemandsland tussen twee werelden zit, klaar om morgenochtend vroeg met het vliegtuig naar mijn lief aan de andere kant van de wereld te vliegen, ben ik meewarig, niet in de laatste  plaats omdat ik de zwarte harige schatjes achter moet laten.
Ik heb ze uitgelegd dat ik weliswaar een tijdje wegga, maar dat ik echt weer terugkom, en dat ze zich over moeten geven aan de zorgen van lieve buren. Een hele handleiding heb ik voor de buren geschreven, want ja, qua aandacht zijn ze verwend. Terecht, want ze zijn intens lieve gemakkelijke katten, broer en zus uit hetzelfde nestje.

Ik kan me herinneren toen we ze net hadden dat er een vriendje van een van de kinderen zei dat hij ze saai vond, die zwarte katten. Hij had liever een kat met meer kleurtjes. Wat waren we verontwaardigd dat hij zo over onze katjes sprak! Hoe zeer ik ook van kleur houd, qua katten zweer ik bij zwart. Ik vind ze geweldig.

Het is inmiddels eind van de dag en ik heb geen idee hoe succesvol de acties om zwarte katten in het daglicht te zetten, door asiels zijn geweest, maar ik hoop dat mensen nog eens nadenken. Ze zijn namelijk geweldig, die zwarte katten.

zondag 8 januari 2012

(07-01-’12) Grenzeloos verliefd, grenzeloos getrouwd

Het is zo stil, mijn mailbox blijft leeg. Al weken. Ik mis je, een onbestemd gevoel… We zijn eraan gewend om zo om de dag met elkaar te mailen, onze dagelijkse beslommeringen te delen. Vooral die onbenullige dagelijkse dingetjes, groetjes van familie en vrienden over en weer uitwisselen. Flauwe grapjes, tedere herinneringen, voorzichtige toekomstplannen, bevestiging van onze onbegrensde liefde voor elkaar. Troosten wanneer de vooroordelen hier of daar ons parten spelen. Je advies: ‘Trek je niets van ze aan, niemand weet hoe het tussen jou en mij is.’ Het overleg wanneer moeilijke tijden zich afspelen, de steun die we aan elkaar hebben, ik mis het, ik mis je.

‘Ach, wat ben je toch een meisje, mam,’ zegt mijn jongste zoon gekscherend. Hij legt me uit dat meisjes altijd meer aandacht willen dan een man kan geven (…) Ik lach mijn onbestemde gevoel weg, voor even. Ik stuur mijn lief een mailtje en leg hem uit dat het zo belangrijk is, zeker over zo’n afstand, om contact te houden. Die week lukt het ons om via Facebookchat bijna twee uur lang bij te praten. Ik merk dat hij onder druk staat, grote druk. Voor zijn studie heeft hij zich vastgelegd op zo’n zeven examens en werkstukken in heel korte tijd. Hij is dag en nacht bezig. Naast zijn baan, zijn college’s, zijn familieverplichtingen etc. Op die manier probeert hij vooruit te werken om af en toe vrij te zijn wanneer ik in januari/ februari bij hem ben.

De stroom valt regelmatig uit. Mijn lief moet dan studeren bij een ledlampje, of een kaars. Wanneer hij zit valt hij in slaap en midden in de nacht staat hij dan op om verder te studeren. Hij heeft thuis geen internet natuurlijk, dus om een mail te sturen moet hij het huis uit, naar een internetcafé waar hij eigenlijk niet graag komt vanwege gebrek aan privacy en de rondhangende jongeren. Vaak heeft hij gewoon geen credit om te bellen, omdat hij zijn zoon naar een goede, maar dure school probeert te sturen. Ik weet het, ik weet het heel goed, maar toch mis ik het contact.
‘Hij studeert zo hard om jou en zijn zoon straks een beter leven te kunnen geven.’ zegt mijn zoon terecht.

Misschien breekt de afstand me gewoon op. We zijn getrouwd in april, en we hadden een meer dan geweldige zomer samen, nu zijn we al weer maanden apart. De toekomst willen we samen zijn, samen doorbrengen, maar hoe. Sinds mijn salaris 30% achteruit ging is het eigenlijk onmogelijk geworden om nog naar mijn lief te gaan. Hij kan nooit van zijn leven een reis hierheen bekostigen, zijn hele maandsalaris is minder dan wat een tiener hier met een bijbaantje van een paar uur verdient. Het schattige huisje dat ik als door een wonder heb kunnen laten bouwen in zijn land is door omstandigheden niet geschikt om samen in te wonen. We hebben een eigen plek nodig. Bij zijn familie intrekken is geen optie, als geadopteerde zoon heeft hij een andere status dan de eigen kinderen. Tja. Bovendien zit het huis vol, inmiddels wonen er zo’n dertig mensen. Hij heeft geen eigen huis. Hoe komen we aan een huis?

Ik weet financieel niet hoe het me verder zal vergaan. Zal het me lukken een nieuwe baan te vinden, lukt het me mijn eigen bedrijfje op te zetten en uit te bouwen. Zoveel onzekerheden.

En toch, tegen alle logica in geloof ik dat het ons zal lukken om bij elkaar te komen en te blijven. Ik haal hierbij Paulo Coelho opnieuw aan, wanneer hij in de Alchemist zoveel zegt als dat het universum zich samenspant om jou te geven wat je wilt. (When you want something, the whole Universe conspires to help you realize your desire). Natuurlijk heb ik mijn momenten dat ik twijfel waar ik mee bezig ben, maar wanneer ik stil sta en luister naar mijn hart, mijn gevoel, dan weet elke vezel in me dat mijn lief en ik in de niet meer zo verre toekomst samen zullen zijn. Te beginnen met volgende zaterdag, dan vlieg ik weer naar hem toe om vier weken samen te zijn.
Sinds deze week begint het besef door te dringen dat ik echt ga, dat we echt samen zullen zijn voor een hele maand.
Laat ik mij over geven aan het vertrouwen dat het wel goed komt met ons, en nu gaan genieten van alles dat we wel hebben en meer is dan menig mens zal kennen, namelijk de onvoorwaardelijke liefde die je boven jezelf doet uitstijgen. De intense blijdschap wanneer we eindelijk samenzijn.

dinsdag 13 december 2011

(13-12-’11) Het is MIJN leven en MIJN lijf

Gisterochtend was ik voor controle bij mijn huisarts. Twee weken geleden was ik er ook en stelde toen voor om met rode klaver aan de gang te gaan in plaats van de hormoonzalf die me was voorgeschreven. (i.v.m. Lichen Sclerosis) Met vaseline en rode klaver heb ik een mooie zalf gemaakt en daarnaast zet ik thee van rode klaver waar ik ongeveer twee koppen per dag van neem. (zie column 20-11-‘11)

Het is een experiment, ook voor de dokter, vandaar dat ik nu voor controle had afgesproken. Ze bevestigde wat ik zelf al ervaarde: de huid is steviger, minder droog, beter doorbloed, en de witte, voor Lichen Sclerosis zo karakteristieke plekken zijn zo goed als verdwenen. Nou vind ik het laatste een wat erg snelle reactie na twee weken, maar ik ben blij. En trots. Bij het weggaan kreeg ik een complimentje van de dokter: Wat goed dat je dat zelf hebt ontdekt. Oh ja, ik had een paar dagen eerder net een artikel gezien over rode klaver en Lichen Sclerosis, dat heb ik meteen voor haar uitgeprint. Wie weet heeft een ander er ook iets aan. Ik ben trots op het feit dat ik zo af en toe genoeg naar mijn eigen lijf kan luisteren om te vinden wat ik nodig heb.

Vandaag was ik bij het UWV, ja alweer! Nu bij een arbeidsdeskundige. Het was een aardige man maar een vreselijk gesprek waar ik helemaal niets van snapte. Volgens het UWV kan ik weer hele dagen werken in het soort baan waar ik net ben uitgevallen. ..?!? Tijdens het gesprek raakte ik in paniek, wat??? Dit geloof je toch niet. Toen zei deze man bijna letterlijk:’Maar mevrouw, u kunt helemaal niet werken. Als u morgen gaat werken bent u overmorgen weer ziek thuis’. Maar toch, regels zijn regels. Twee uur later met volgejankte zakdoeken en veel schaamte ging ik beroerd naar huis.
Mijn jongste zoon hielp me om alles weer even te relativeren. Om een lang verhaal kort te houden; ik besluit dat ik niet langer het UWV en arboartsen etc. mijn leven wil laten vergallen. Het is MIJN leven, ik weet wat wel of niet goed voor me is. Ondanks het eeuwige gevecht tussen wat maatschappelijk gewenst is en wat voor mij persoonlijk gewenst is, doe ik uiteindelijk toch waar ik in geloof. Wat is er dus logischer dan het gevecht opzij te zetten en rechtstreeks te gaan doen waar ik voor sta, waar ik in geloof. Dat zal me een hoop vervuilde energie schelen.

Kijk, ik sta niet boven de wetten, maar ik wil niet meer dat mijn gezondheid, psychisch en fysiek, zo enorm wordt beïnvloed door deze anonieme amorfe instanties. Het is MIJN leven en ik ga mijn eigen pad. Niemand kan me meer tegenhouden, zeker niet mensen of instellingen die alles raar vinden wat ik doe of de keuzes die ik maak niet begrijpen. Zolang ik weet dat ik integer en zo oprecht mogelijk handel is het goed. Laat mij, laat mij mijn eigen gang maar gaan.

donderdag 15 september 2011

(C15-09-’11) Boerkaverbod


Hier is mijn honderdste column voor dit blog. Ik was van plan er een mooi, speciaal stukje van te maken. Zoals vaker gezegd: een tekening zegt soms meer dan honderd, of duizend, woorden. Vandaar…




vrijdag 10 juni 2011

(10-06-’11) Ben ik een Moslim

Theoretisch gezien word je Moslim door het uitspreken van de shahadah/ getuigenis:
Ash-hadoe alla iellaha iella Allah,
wa ash-hadoe anna Moehammadan rassoeloe Allah
(Ik getuig dat er geen god is naast Allah en ik getuig dat Mohammed Zijn boodschapper is.)

In theorie ben ik Moslim en Aicha is mijn moslimnaam. Ik zal mijzelf niet gauw Moslim noemen, omdat ik vind dat daar veel meer voor nodig is dan alleen het uitspreken van de shahadah. Voel ik mij Moslim? Ik voel mij zeker verwant aan Moslims. Maar dan begint meteen het dilemma. Voel ik mij verwant aan alle Moslims? 

Geboren en getogen in een westers land, in Nederland, waar je wordt geleerd een eigen mening te hebben, en waar een sterke anti- godsdienstige mentaliteit heerst, zijn er zeker aspecten waar ik moeite mee heb. De recht voor zijn raap- mentaliteit, die mijn achtergrond vormt, maakt dat ik moeite heb met sommige al te gedragen taal en uitspraken. Hier kom ik meteen op de algemene verwarring van religie en cultuur terecht. De Islam zoals we die in Nederland veelal tegenkomen heeft diepe wortels in de Arabische cultuur. Over de hele wereld zijn er vele volkeren die Islamitisch zijn. Iedere cultuur geeft zijn eigen kleur aan de Islam en haar beleving. Daarnaast geeft ieder persoon mijns inziens vorm aan zijn/ haar eigen beleving. 

Ik probeer mijn eigen weg te vinden in de Islam. Gevoelsmatig voel ik mij het meest aangetrokken tot het Soefisme, de mystieke kant van de Islam. Ik geloof dat er één God is, hoe je deze God ook wilt noemen: het universum, de bron, God, Allah, de goddelijke kracht in ieder van ons. Het is mijn overtuiging dat het het goddelijke niets uitmaakt of je een hoofddoek draagt, of vlees eet op vrijdag, of vijf keer per dag bidt. Dat zijn regels die mensen hebben gemaakt, wellicht geïnspireerd door een boodschapper zoals Jezus of Mohammed (Vrede zij met hen). Wanneer je het helpt om vorm te geven aan je relatie tot het goddelijke om enkele rituelen, regels, na te leven, dan is dat mooi, maar het mag niet een lege huls worden. De intentie waarmee je in het leven en dus in je verhouding tot het goddelijke staat, die maakt voor mij en velen met mij gelukkig, het verschil.

De Islam zoals ik die ervaar in West Afrika, is een Islam die voor mij waarde heeft. Hij staat voor liefde en vrede, voor samen delen en voor elkaar zorgen. Het mystieke in het Soefisme komt tegemoet aan mijn behoefte aan geestelijk leven, en is voor mij waardevol. Het uitgangspunt van de Soefi’s om jezelf zowel in het dagelijks leven als in je geloof te ontwikkelen en het beste uit je zelf te halen, spreekt mij erg aan. De verbinding van deze werelden, leefniveau’s, is voor mij persoonlijk een van de grotere uitdagingen in mijn leven.

God is liefde, God is groot (Allahoe Akbar). Iedere situatie in je leven geeft je de gelegenheid te kiezen tussen angst of liefde. Ik geloof in de liefde, de universele liefde, de goddelijke liefde in en om ieder van ons. Angst is negatief en soms zelfs dodelijk. 

Ben ik een Moslim? Saskia= Aicha, ik ben dezelfde, ik ben één. Het is goed zo.

Wil je meer lezen? Een mooi en toegankelijk boek is Soefisme, hart van de Islam.


woensdag 1 juni 2011

(01-06-’11) Waar staat haar voor?

Toegegeven, het is wat extreem, maar wat dan nog. Het is een grapje, een markering van een moment. Een statement misschien. Woede afreageren, aangezien ik beter niet iemand of iets in elkaar kan trappen. Ik ben kwaad en gefrustreerd over allerlei instanties waar ik mee te maken heb. Bovendien zat mijn haar niet lekker zoals het zat en ik moest er toch al iets mee doen. Ik zag dat een stewardess werd ontslagen omdat haar haar korter dan 1 cm was. Haar werkgever vond dat te extreem. Hoeveel mannen lopen er niet met een gemillimeterd of kaal hoofd rond.

Vroeger had ik om de haverklap ander haar: kort, lang, asymtrisch. En kleur, vooral wisselende kleuren. Rood, geel, allebei door elkaar. Henna, en zelfs hoogblond. Dat was de enige keer dat ik echt niet kon wennen aan mijn eigen hoofd. Dat Marilyn Monroe-achtige paste kennelijk niet bij me. Maar voor de rest, hartstikke leuk. Een tijd geleden ben ik gestopt met het kleuren van mijn haar. Ik vond dat heel moeilijk, en nog steeds is de verleiding erg groot. Mijn haar groeit erg snel en dus had ik soms na een week al uitgroei, veel te vaak moest ik naar de kapper. Sinds een tijdje heb ik weer mijn eigen kleur, hoewel, mijn eigen kleur is ook verdwenen. Grijs is het nu. Ook dat is even wennen, je gezicht ziet er anders uit met grijs haar, je moet meer moeite doen om een sprekend gezicht te hebben. Bovendien is de vorm van je gezicht tegen de tijd dat je grijs bent meestal ook meeveranderd. Alles hangt meer en er trekken zich lijnen langs je ogen en je mondhoeken en op andere gekke plaatsen.

De kapper werd enthousiast en vroeg of ik een patroon gesneden wilde, een tribal. Ik twijfelde, vond het wat extreem maar ik hou ook wel van tribals. Uiteindelijk hebben we het gedaan. Spannend, maar ach, binnen een week of twee zie je er waarschijnlijk niets meer van. Eigenlijk vind ik het gewoon leuk voor een keertje.

Maar dan komen de reacties. Er zijn mensen die hun hele leven hetzelfde kapsel hebben, hun reactie is voorspelbaar, zij vinden het maar niets. Lang haar is vrouwelijk, je mag het niet zo kort knippen. De jongste zoon vindt het korte leuk, maar de tribal vindt hij matig. De oudste zoon heeft het nog niet gezien, ik verwacht dat hij het niet zo geweldig vind, voor zover het hem iets kan schelen. Helaas is de reactie van mijn lief veel negatiever dan ik gehoopt en verwacht had. Dat zet me aan het denken, binnen Nederland is dit haar al vrij extreem, laat staan binnen een andere cultuur. Maar dit is wel wie ik ben. Een vrouw met impulsieve soms wat gewaagde keuzes.

Beware when a woman changes her hair, het is een oude uitdrukking. Ik hoorde hem voor het eerst toen ik in een straat woonde met jonge Turkse meisjes die een voor een langzaam hun haren afknipte en met een moderne coupe over straat gingen. Een statement: ik ben vrij, ik doe wat ik zelf wil.

Een behoudend mens zal niet zo gauw het kapsel veranderen. Neem de koningin. De zangeres Liesbeth List hoorde ik wel eens over haar haar, zij zal het ook niet gauw veranderen. Wat zegt het over je als je steeds je kapsel verandert?

donderdag 28 april 2011

(C28-04-’11) Rumi’s Daughter

Af en toe kom je zo’n boek tegen waarvan je zou willen dat het nooit uit was. Zo’n boek is voor mij: Rumi’s Daughter, van Muriel Maufroy. Het wordt wel vergeleken met De Alchemist van Paolo Coelho, ik snap waarom maar voor mij gaat Rumi’s Daughter verder. Het zal dan ook niet gauw zo’n groot publiek krijgen als de Alchemist

Een paar maanden geleden ‘ontdekte’ ik, tot mijn schande, pas Rumi: Mohamed (D)Jalal ad-Din (of al-Din) Balkhi Rumi of Roemi (Perzisch: مولانا جلال الدین محمد بلخى رومی ) Hij is een groot dichter en naar mij later bleek ook een Soefi. Op mijn stapeltje actuele boeken ligt zijn dichtbundel ‘Rumi, In the arms of the Beloved’. Alleen de titel al sprak me erg aan. Ik hou van zijn romantische gedichten. Laat me een voorbeeld geven:

I am your moon and your moonlight too
I am your flower garden and your water too.
I have come all this way eager for you,
without shoes or shawl.
I want you to laugh, to kill all your worries, to love you, to nourish you.
Oh sweet bitterness, I will soothe you and heal you.
I will bring you roses. I too have been covered with thorns.

Sinds mijn bekering tot de Islam, ben ik mij (verder) aan het oriënteren op het Sufisme, kort gezegd een mystieke tak van de Islam. Daar kwam ik Rumi opnieuw tegen. Ik had eerder de link niet gelegd tussen Rumi en het Soefisme. In mijn zoektocht kwam ik het boek ‘Rumi’s Daughter’ tegen. Het gaat over de aangenomen dochter van Rumi, Kimya.

Kimya was een jong meisje, geboren in een eenvoudig gezin. Ze had bijzondere gaven, waardoor noch zijzelf noch haar omgeving wisten wat ze met haar aan moesten. Via visioenen en bijzondere ontmoetingen komt ze terecht in het gezin van Rumi, waar ze liefdevol wordt opgevangen en verder ingewijd in het mystieke. Een aparte rol speelt Shams, de bijzondere vriend van Rumi, niet helemaal van deze wereld lijkend, die later Kimya’s echtgenoot wordt. Het is een prachtig geschreven liefdevol boek dat ondermeer de vrouwelijke beleving weergeeft van het leven van en met een mysticus.

Opmerkelijk is hoe de schrijfster laat zien dat de dingen niet altijd zijn wat ze lijken. Er wordt veel geroddeld over Shams, en zijn rol in het leven van zowel Rumi, die zich terugtrekt uit het dagelijks leven, en in het leven van het jonge meisje Kimya. De geruchten gaan dat Shams slecht was voor het meisje, terwijl de schrijfster laat zien dat bepaalde vormen van liefde niet door iedereen te herkennen zijn. Er is een liefde zonder zelfzucht, waarbij nabijheid van de geliefde bijna bijzaak lijkt. (Ja, dat spreekt me natuurlijk aan en is heel invoelbaar) Een liefde die pijn doet en tegelijk prachtig is.

Het hele boek ademt een liefdevolheid uit die je verwarmt en opneemt terwijl je leest. Een liefdevolheid die ik herken in de Islam zoals ik die in Afrika meemaak, jaren geleden in Mali en nu in de Gambia, en die zo anders lijkt dan de Islam zoals die hier in het Westen naar voren komt, in al zijn gewelddadigheid.

Rumi’s Daughter

donderdag 21 april 2011

(C21-04-’11) Tijd voor bezinning

Het zal niet verbazen dat er weer van alles aan de hand is. Dingen die mijn hoofd en hart verwarren en om aandacht vragen. Zo speelt op mijn werk het feit dat ik moet re-integreren in een functie die wordt opgeheven, hetgeen inhoudt dat zo gauw ik ben hersteld ik word ontslagen. Een rare, niet motiverende positie. Ik vroeg me af of het misschien een idee was om me dan maar beter te laten verklaren zodat ik meteen kan worden ontslagen. Het idee voelt enerzijds goed omdat het werk toch afloopt, maar anderzijds stuit het me tegen de borst omdat het niet klopt, ik ben niet beter. Bovendien wordt ik met klem gewaarschuwd om me niet beter te melden wanneer ik niet beter ben. Ingewikkeld. Ik laat mijn gedachten er nog over gaan.

Daarnaast ben ik getrouwd, bijna drie weken geleden, en we zijn al weer twee weken uit elkaar, ik hier, hij daar. Pijnlijk, het is belangrijk om vertrouwen te blijven hebben in de kracht van onze liefde. We wisten dat het moeilijk zou zijn, maar aan de andere kant zijn we al zo ver gekomen.

Wat ik me niet had gerealiseerd is dat ons (Moslim-) huwelijk zo veel vragen en hier en daar verwijten zou oproepen. Tijdens de voorbereiding van ons huwelijk gingen we er van uit dat een Moslimman met een niet- Moslim kon trouwen, op het laatste moment bleek dat in onze situatie niet op te gaan. Mijn lief heeft vele Imams gesproken, maar het bleek echt een voorwaarde om Moslim te worden, wilden we een Moslimhuwelijk doen. Nou waren er natuurlijk andere opties: Niet trouwen was zo’n optie, maar dat wilden we allebei niet. Mijn lief liet me vrij in de beslissing maar ik weet dat trouwen voor hem belangrijk was om gewaardeerd te worden door familie en vrienden en de rest van de gemeenschap, voor mij was het belangrijk om te trouwen als ceremonie voor het feit dat we van elkaar houden en dat we echt de rest van ons leven met elkaar willen delen. Een andere mogelijkheid was om voor de wet te trouwen, maar dat was voor allebei geen echte optie. Ik heb er geen behoefte aan om nog meer regels en administratieve rompslomp mijn leven binnen te halen, om aan de wereld te laten zien dat wij van elkaar houden.

Voordat ik vertrok had ik het met mijn zoons nog er over gehad dat ik niet de behoefte had om me ergens bij aan te sluiten, en dat ik mijn eigen geloof graag zelf vorm geef. Dit is dan ook wat ze me het meest kwalijk nemen en ze verwijten het me dat ik mijn eigenheid opgeef voor een man, ook al is dit de liefde van mijn leven. Ik heb letterlijk slapeloze nachten en lange discussies gehad over deze beslissing. Wat voor mij de doorslag gaf was dat als ik geen rekening hield met mijn jongens maar echt alleen voor mijzelf een beslissing nam, wat ik dan zou doen, en dan zou ik mij bekeren. Niet gemakkelijk, en zeker niet lichtzinnig. Sinds lange tijd wist ik dat als ik een keuze zou maken dat dat voor de Islam zou zijn. Niet zoals wij die hier in het Westen kennen, maar zoals ik deze in Afrika, zo’n 25 jaar geleden, had leren kennen. Een Islam van Liefde en mededogen en voor elkaar zorgen.

Ik ben me nu aan het oriënteren en inlezen in een vorm van de Islam waarin ik mij het meest kan vinden, vanuit mijn eigen achtergrond. Ik ben uitgekomen bij het Soefisme, een mystieke tak binnen de Islam, er bestaat ook een Universeel Soefisme, maar ik richt mij op het Islamitisch Soefisme. Er zijn raakvlakken met het Boeddhisme en de Bhagavad Gita die me aanspreken. Ik sta nog helemaal aan het begin van mijn ontdekkingstocht, maar ik ben er blij mee. Het lezen en denken over dit soort beslissingen en keuzes geeft richting en diepte, en daardoor rust en een vredig gevoel. Het is jammer dat ik bij terugkomst mij zo vaak moest verdedigen, maar zelfs in de moskee hadden ze het erover dat er mensen zijn die de Koran naar hun eigen negatieve behoeften interpreteren, dat ze me veel sterkte wensten bij mijn terugkeer naar Europa.

Wat ik steeds tegenkom is het feit dat er zoveel interpretaties zijn van de Islam, waarschijnlijk van alle religies, en dat met name de intentie telt. Zo stelt 5 keer op een dag bidden niets voor als het niet met de juiste intentie gebeurt. Soefi's geloven dat de Koran en de strikte regels van de sharia (letterlijk 'weg naar de bron',) uiterlijke regels zijn en dat er diverse stadia van (innerlijke) nabijheid tot God, Allah, het Universum bestaan.

Met recht dus: Tijd voor bezinning.

zondag 10 april 2011

(10-04-'11) Getrouwd

Gisteren ben ik teruggekomen van mijn reis naar de Gambia, maar zelfs vandaag ben ik nog niet echt terug. Mijn hoofd en hart zijn vol, vrijdag 1 april 2011 zijn mijn lief en ik getrouwd in de Gambia, en nu ben ik weer in Nederland, en hij is nog daar.
Zodra er meer rust is in mijn hoofd kun je hier weer stukjes verwachten.





dinsdag 25 januari 2011

(C25-01-’11) Word je dan ook terrorist?


Dat we allemaal op zijn tijd last hebben van vooroordelen, dat is een feit. Maakt dat het minder erg, nee, wel menselijk helaas. De meeste weldenkende mensen houden er rekening mee dat ze pas oordelen wanneer ze weten waar ze het over hebben. Des te vreemder is het soms om een weldenkend mens een vooroordelende opmerking te horen maken. Nou was het in dit geval wel als grap bedoeld, maar toch.

De laatste keer dat ik bij mijn lief vandaan kwam, vroeg ik mijn zoons wat ze er van zouden vinden wanneer mijn lief en ik gaan trouwen. Ik vertelde ze dat we van plan zijn een Moslimhuwelijk te sluiten, voor mijn lief is dat belangrijk om onder familie en vrienden een fatsoenlijke naam te houden, het wordt niet gewaardeerd wanneer je ongehuwd samenwoont. Voor mij (en natuurlijk ook voor mijn lief) is het een ritueel dat laat zien dat wij voor elkaar kiezen en samen verder willen. Een wettelijk huwelijk is voor mij te ingewikkeld zo over de grenzen heen en bovendien voegt het niets toe.

De ene zoon zag geen bezwaar voor zover ik me kan herinneren, de andere vroeg of ik dan Moslim wordt. Nee, dat word ik niet, ik heb er kort over nagedacht, omdat ik ergens heb gehoord dat je als niet Moslim niet de moskee in mag, en dus ook niet bij je eigen huwelijksvoltrekking aanwezig kunt zijn, maar ik vind dat uiteindelijk geen reden om Moslim te worden. Ik heb me nooit ergens bij willen aansluiten en vind ook nu nog dat ik het beste mijn eigen geloof kan vormgeven, en dat het geen naam hoeft te hebben, in de zin van Moslim, Buddhist, Christen. Onderzoek alles en behoud het beste.

In Nederland, en omgeving, hebben Moslims een negatieve naam, achterlijk geloof, vrouwendiscriminatie, primitief, terroristen, wat je maar wilt. Elk geloof heeft vele kanten en vele interpretaties en in Afrika is het Islamitische geloof over het algemeen erg gematigd, en vaak vermengd met animistische trekjes. Mijn lief en ik hebben de tijd genomen om elkaar te leren kennen, en eventuele vragen die ik had waren altijd bespreekbaar. Het is de meest mooie, integere, gevoelige, grappige, serieuze man die ik ken, of hij nou tot God, Allah of Buddha zijn dankwoord richt. 

Dus op je vraag of ik nu ook terrorist wordt, mijn lieve zoon, kan ik je volmondig met “nee” antwoorden. Nee, ik word geen terrorist.

25-01-‘11

Of …het moet komen door alle wetten en regeltjes & zogenaamde hulpverleners hier in Nederland.

woensdag 22 december 2010

(G 22-12-'10) Decemberwensen

Kunnen we nog terug, of liever vooruit,
naar een samenleving waarin we de kinderen beschermen,
waarin we iedereen die dat nodig heeft beschermen?
Laten we weer voor elkaar gaan zorgen,
en gasten voortaan welkom heten in dit land.

Dat zijn mijn wensen deze feestdagen en nog heel lang daarna.

zondag 31 oktober 2010

(C 30-10-’10) Het gaat alleen om je geld, of opboksen tegen vooroordelen

‘Haha, pas maar op dat je niet met een Afrikaan thuiskomt”. Dat was een veelgehoorde waarschuwing toen ik ongeveer twee jaar geleden in mijn eentje naar Afrika ging. Ik kon er wel om lachen, een relatie was het laatste waar ik me mee bezig hield, en eerlijk gezegd zat ik al helemaal niet op een Afrikaan te wachten. Vriendinnen van me vertelden me wel eens over hun dates met Afrikanen, en daar werd ik echt niet blij van, al lag het echt niet altijd alleen aan de betreffende Afrikaan. Als ik een Afrikaan had gewild dan had ik ook naar de Bijlmer kunnen gaan, wel zo handig, gezien de afstand.

Eenmaal in Gambia aangekomen zag ik wel van die stelletjes: een bleek omaatje met een donkere ‘kleinzoon’. Vooral in het toeristengebied zie je ze handje in handje lopen. Vol verbazing en eerlijk gezegd soms ook met een afkeer keek ik er naar. Waarom, wat bezielt ze? Oudere alleenstaande Europese vrouwen die op liefdesvakantie gaan naar Gambia, zoals oudere alleenstaande heren op liefdesvakantie naar Thailand gaan. Het is een feit, Gambia staat bekend vanwege dit soort relaties. Jonge Gambianen, bumsters genoemd, vaak rasta’s, met een gespierd lichaam, bieden zich aan met een smakelijke glimlach aan oudere Europese dames, die vaak een aardig zakcentje hebben te besteden. De verdiensten staan in geen verhouding tot de inkomsten uit locaal werk.

Tijdens mijn eerste reis naar Gambia ontmoette ik mijn lief, al wist ik dat toen nog niet. Ik mocht hem graag en we hadden diepgaande gesprekken. Beiden zijn we alleenstaande ouders en het was heerlijk om daarover te praten met elkaar. Hij was de beste vriend van de vrienden bij wie ik op de compound, het erf, logeerde en ik zag hem dan ook regelmatig. Achteraf blijkt dat bij hem de vonk al meteen was overgeslagen. Toen ik na drie weken weer thuis was merkte ik dat ik hem miste, dat ik benieuwd was naar hoe het met hem ging en hoe hij in het leven staat. We mailden en mailden en mailden en na een paar maanden besloten we dat we niet zonder elkaar verder wilden. Mijn wereld stond op zijn kop. Waar begon ik aan?

Ik ken de verhalen, van gruwelijk tot erger. Misbruik, dumpen na een visum, gebroken harten op zijn minst. Ik heb toevallig de liefste man gevonden, echt waar. Toch heb ik in mijn achterhoofd de bumster-verhalen. Een paar keer hebben we afschuwelijke woordenwisselingen gehad, omdat ik alles uitlegde vanuit de angst voor een bumsterverhaal. We hadden net besloten dat we gaan trouwen, toch niet niks, en daarna hoorde ik een tijdje niets meer. Ik werd bang: zou hij dan toch… hoeft geen moeite meer te doen… zie je wel. Ik schaam me als ik er aan terugdenk, want het bleek natuurlijk dat het internet niet meewerkte, en de fijne Chinese kloonmobiel had ook kuren. Ik heb hem toen vreselijk beledigd en tekort gedaan. Het is dankzij bemiddeling van onze vrienden dat we weer bij elkaar zijn gekomen. Om een lang verhaal kort te maken. Onze liefde groeit en groeit, we hebben een hele bijzondere relatie, en het is de bedoeling dat ik binnen niet al te lange tijd naar Gambia verhuis om de rest van ons leven samen te kunnen zijn.

Ik ben nu eindelijk zo ver dat ik durf te geloven dat het goed zit tussen ons, maar dankzij alle vooroordelen ging daar wel een tijd overheen, een tijd van twijfels waarin we elkaar en onszelf pijn hebben gedaan door invloeden van buitenaf. Jammer.

31-10-‘10