Posts tonen met het label Vader. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vader. Alle posts tonen

vrijdag 21 september 2012

(21-09-'12) Samen leven

Vandaag kwam ik onderstaand filmpje tegen. Ik vind het zo ontroerend dat ik het hier wil delen. Hoewel het lang duurt, ruim 46 minuten, is het de moeite waard om er de tijd voor te nemen.


Wat een belangrijke lessen zijn dit. Zouden ons onderwijs, en later onze werksituaties, zo zijn dan zouden we volgens mij veel gezonder in het leven staan.

Veel van de huidige ziektes als burn out, depressie, en andere 'onverklaarbare' ziektes komen voort uit het niet verwerken van emoties en emotionele gebeurtenissen.
Het is belangrijk dat kinderen al vroeg leren om hun emoties te uiten, om naar elkaar en naar zichzelf te leren luisteren. Stil te staan bij de echt belangrijke dingen in het leven. Geluk, verdriet.

Persoonlijk ben ik vooral geraakt door hoe de kinderen omgaan met de dood van de vader van een klasgenootje. Ik was zes toen mijn vader stierf. Ik kan me echt niet herinneren of en hoe daar op school aandacht aan werd besteed, maar voor mijn gevoel was het vooral een kwestie van gewoon doorgaan. Zo snel mogelijk het gewone leven weer oppakken.
Om zo'n verlies een plaatsje te kunnen geven is het belangrijk dat er aandacht aan wordt besteed. Niet op een hele nadrukkelijke of problematische manier, maar vanzelfsprekend, zoals tijdens deze lessen op een Japanse school. Met leeftijdgenootjes die vragen stellen of zoals hier in de video brieven schrijven aan het klasgenootje. Prachtig!

Aandacht voor elkaar, oprechte interesse in en meeleven met elkaar... zo belangrijk...


maandag 23 juli 2012

(23-07-'12) Mijn vader

Eerlijk gezegd ben ik nooit een fan geweest van Toon Hermans. Zijn gedichtjes en shows vond ik vaak wat melig. Ik heb gehoord dat hij vroeger weleens bij ons over de vloer kwam toen mijn vader nog leefde, dat was dus voor 1963. Nu hoorde ik laatst op een familiereunie van een oom van me dat er een oude film van Toon Hermans bestaat waar mijn vader in figureerde. Kijk, dat is een ander verhaal.
Er zijn natuurlijk foto's van mijn vader, maar voor zover ik weet bestaan er geen bewegende beelden.

De film waar het over gaat heet: Moutarde van Sonansee. Het is een uitgave van het Filmmuseum en hij is op DVD uitgegeven en nog bestelbaar. We hebben meteen een exemplaar besteld. Volgens mijn oom zou mijn vader heel kort te zien zijn in scene 5 als dokter bij een ziekenhuisbed, met een mondkapje op.

Het is een zwartwit film, opgenomen in 1959, mijn vader was toen dertig jaar oud. Eerlijk gezegd speel ik niet de hele film maar ik ga direct naar scene 5. Gespannen zit ik te kijken, en ja, daar komen de dokterfiguranten in beeld.

Ik kijk mijn ogen uit. Zou ik hem in die korte scene herkennen als ik het niet wist dat hij het was, ik denk het niet. Het is heel bijzonder om hem na al die tijd te zien. Ik herken zijn motoriek en ook zijn figuur niet meer. Mijn zusje zegt dat ze zijn stem direct herkent, dat heb ik niet. Ik herken zijn stem niet. Ik weet niet wat ik zie, mijn vader! Jan Willem van de Ven; journalist en in zijn vrije tijd acteur, hij gaf in die tijd als een van de eersten les op een middelbare school in dramatische expressie. We hebben foto's van hem in diverse rollen, van Rembrandt van Rijn tot en met de dief in het Mendelcollege en foto's van hem met acteurs als Albert van Dalsum.

De scene speel ik een paar keer terug en zet hem stil waar hij in beeld is. Ontroerend...
Ik zie wel wat van mijn broers terug. Houding, vorm van het voorhoofd. Ik ben onder de indruk van zijn ogen, veel meer is er ook niet te zien van hem, maar wat een prachtige ogen. Gebiologeerd blijf ik naar het beeld staren. Meer dan ooit heb ik het gevoel dat ik, vaderskindje, hem beter had willen kennen...

Wat een cadeautje Toon, dat ik nu alsnog mijn vader kan zien.
Vanaf nu kijk ik heel anders naar Toon Hermans, hij is voor mij voortaan verbonden aan mijn vader.

dinsdag 12 juni 2012

(12-06-'12) Oud zeer komt boven





Back when I was a child, before life removed all the innocence
My father would lift me high and dance with my mother and me and then
Spin me around 'til I fell asleep
Then up the stairs he would carry me
And I knew for sure I was loved
If I could get another chance, another walk, another dance with him
I'd play a song that would never, ever end
How I'd love, love, love
To dance with my father again
When I and my mother would disagree
To get my way, I would run from her to him
He'd make me laugh just to comfort me
Then finally make me do just what my mama said
Later that night when I was asleep
He left a dollar under my sheet
Never dreamed that he would be gone from me
If I could steal one final glance, one final step, one final dance with him
I'd play a song that would never, ever end
'Cause I'd love, love, love
To dance with my father again
Sometimes I'd listen outside her door
And I'd hear how my mother cried for him
I pray for her even more than me
I pray for her even more than me
I know I'm praying for much too much
But could you send back the only man she loved
I know you don't do it usually
But dear Lord she's dying
To dance with my father again
Every night I fall asleep and this is all I ever dream


Lyrics and Music: Luther Vandross Lyrics


source: http://www.lyricsondemand.com/l/luthervandrosslyrics/dancewithmyfatherlyrics.html

zondag 10 juni 2012

(10-06-'12) Het leven voor me

Wanneer je heel dicht bij het begin of het einde van dit aardse leven komt, dan ga je haast vanzelf nadenken over het invullen van je leven. Al weken ben ik in zo'n stemming dat ik terugkijk en stilsta bij gebeurtenissen waar ik normaal aan voorbij zou lopen. Een weemoedig gevoel, maar zeker niet negatief. Ik merk dat er bij mij ook een ongekende kracht, een wil om te leven naar voren komt. Ja sorry, ik nam het leven af en toe als een vanzelfsprekend iets, maar ik ben weer dankbaar voor mijn leven. Af en toe voel ik een enorme energie door mijn lijf gaan zoals ik die zeker de laatste jaren niet heb gevoeld.

Ik begon dit blog in 2010, en op dat moment vroeg ik me af waarom ik zo weinig energie had. In 2009 had ik CMV, een broertje of zusje van Pfeiffer gehad en ik bleef maar moe. Ik heb zelfs nog een tijd onderzocht of ik CVS, het chronisch vermoeidheidssyndroom had, maar toen ik maanden moest wachten alleen al om op een wachtlijst voor een CVS kliniek te komen, toen ben ik gestopt met zoeken.
Inmiddels ben ik er achter dat wanneer je je emoties niet verwerkt, door wat voor omstandigheden ook, dat ze vroeger of later er toch uit komen. Heel vaak fysiek, zo ook in mijn geval. Lichen Sclerosis, verzakte achterwand, en heel erg moe. Slapen schijnt een manier te zijn om niet te hoeven voelen, net als eten.

Ik kom er nu achter dat ik me sinds de dood van mijn vader, toen ik zes jaar oud en zijn lievelingetje was, het kinderlijke idee in mijn hoofd heb vastgezet dat ik zo onbelangrijk was dat mijn vader het niet nodig vond om te blijven leven.. Op dat moment heb ik de taak op me genomen om voor mijn moeder en meteen maar voor iedereen om mij heen, behalve mijzelf, te zorgen. Dat ben ik altijd blijven doen. Het verbaasde mij, toen ik hier achter kwam, want ik ben eigenlijk niet een verzorgend type. Ik weet ook niet of mensen om me heen het doorhadden maar emotioneel voelde ik me heel verantwoordelijk. Gaandeweg hield ik geen zelfbewustzijn over, ik besefte niet dat ik zelf iemand was met gevoelens en behoeften, omdat ik me steeds bezighield met hoe het met anderen ging, en met het draaiende houden van mijn gezin.

Ik voelde mij naast het verdriet, enigzins opgelucht, bevrijd, na het overlijden van mijn moeder. Dat gevoel verwarde mij, maar het lichtte het laatste tipje van de sluier voor me op, namelijk dat ik mij altijd verantwoordelijk heb gevoeld voor haar geluk.
Mijn kinderen waren haar enige kleinkinderen en ik betrok haar bij alles omdat ik wist dat ze dat zo leuk vond, en ze heeft er van genoten. Actief als ze was wilde ze altijd wel mee naar een museum, dierentuin of zwembad. In het begin was het natuurlijk ook gewoon handig met twee volwassenen en een buggie en een draagzak en bagage op stap te gaan. Later ging ik met haar zwemmen, dat waren hele fijne ochtenden voor haar. We dronken dan koffie en namen een broodje. Maar ik vergat mezelf, wat wilde IK nou?
Nu zijn de jongens groot en ik probeer het 'zorgen voor' los te laten, het zijn volwassen mannen die voor zichzelf verantwoordelijk zijn...

Opeens komt er af en toe het gevoel naar boven: 'Zo, nu ik!'
Ik denk na over wat ik met de rest van mijn leven wil, en hoe ik daar kan komen.
Een van de dingen die naar boven komen is het schrijven. Schrijven in combinatie met tekenen.

Het voelt alsof ik nu gewoon leuke dingen kan gaan doen en ik ben benieuwd naar wat er allemaal nog op mijn pad komt.


zaterdag 19 mei 2012

(19-05-'12) Een leven in beeld

Een leven in beeld, een heel leven gaat door mijn handen. Met enige terughoudendheid ga ik door haar spullen. Haar kleding, haar beddegoed, en iets genanter: haar ondergoed. Brutaal bepaal ik samen met zus en broer wat er bewaard blijft en wat er weggaat. Weggooien. De spullen die haar dierbaar waren, de dingen die indruk op haar maakten. Alles gaat door mijn handen. Bij leven had ik het fatsoen om niet in haar spullen te neuzen, maar nu...het moet, het moet gebeuren. Nog twee weken en dan moet haar huis leeg worden opgeleverd, ontdaan van alle sporen.

De meubels, wat doen we met de meubels. Zo weinig tijd. Naar de spullenhulp dan maar, dan is een ander er misschien blij mee. Het bureautje dat we samen kochten, ik met gele accenten en zij met groene accenten. Wat jammer dat het naar onbekenden gaat. Een mooi degelijk maar tegelijk nog modern bureau. Ik heb er zelf geen ruimte voor, bovendien heb ik er dus al een. Wist ik maar iemand die we er blij mee konden maken. Ongetwijfeld komt er iemand die het kan gebruiken als we het net hebben weggedaan.
De grote boekenkast, al heel lang in de familie. Op Marktplaats staat hij nu. De mooie boekenkasten, wat nieuwer en van een aparte oranje-rode houtsoort, de boeken, alles moet weg. Boeken die haar interesses weerspiegelen, geen hond wil ze nog want iedereen heeft alles al.

Papieren, zo veel papieren. Garantiebewijzen, belastingen, oude rekeningen. Het kost ons weinig moeite om die weg te gooien. Boekjes vol aantekeningen.
'Ik wil niet dat iemand dat leest.'
Bij het oud papier, haar diepste gedachten die ze niemand toevertrouwde, moeten die bij het oud papier? Mijn zusje bewaart ze, ze kan ze in huis hebben zonder er in te kijken zegt ze. Ik niet, ik weet zeker dat ik vroeger of later toch even zou kijken en dat wil ik niet.

Er stond een doos vol met oude foto's, die nam ik mee naar huis omdat er vooral foto's van mijn kinderen in zitten. Zo veel foto's! Ik zie haar leven als trotse en meelevende oma. Ik zie hoe belangrijk haar kleinkinderen voor haar waren. Haar leven als oma loopt voor een groot deel gelijk aan mijn leven. Ik betrok haar zoveel mogelijk bij de kinderen omdat ik wist dat ze er zo van genoot, bovendien waren het haar enige kleinkinderen. Zo zie ik onvoorbereid ook mijn eigen leven voorbij gaan. Onverwacht kom ik mijzelf tegen. Mijn God, was ik ooit zo jong, zelfs toen ik al moeder was. Wat is er met me gebeurd? Wanneer ben ik mijn jeugd verloren?

Plotselinge confrontatie met de verdrietiger kanten van het leven, de dalen, die er naast de pieken ook waren. Ik lees oude brieven die ik haar stuurde, vol van verdriet en angst, en ik moet opeens huilen. Ik was vergeten hoe intens de pijn soms was. Voor mij, maar ik besef nu dat het ook voor haar, staande aan de zijlijn, hele moeilijke tijden waren. Mijn moedertje.
'For better and for worse', zei ze altijd als ik haar een nare tijding moest geven. Mijn dappere moeder, ze was er altijd voor me wanneer er iets met de kinderen was.
Er waren ook hele leuke ontroerende momenten. Ze heeft enorm genoten wanneer het kon.

Brieven van haar vader, in de jaren veertig geschreven aan zijn oudste dochter. Moet je die weggooien? Haar diploma's, al onze rapportjes van school. Het paspoort van mijn vader dat nog geldig bleek tot 1966, drie jaren na zijn dood. Ik heb het mee naar huis genomen, ik ben een vaderskind. Foto's van haar ouders, haar broers en zussen. Op een na heeft ze ze allemaal overleefd.

Straks is haar huis leeg, helemaal leeg. Wat blijft is alleen de herinnering, en de liefde die sterker is dan de dood.



zondag 13 mei 2012

(13-05-'12) Een week later

Moederdag. Een dag waar ik normaal gesproken niet zo veel aan doe. Natuurlijk, ik ging even bij mijn moeder langs of ik belde haar een keertje extra, maar zelf ben ik ook moeder en met mijn jongens doe ik er niets aan. Een week later valt mijn verjaardag, dus dat combineren we, als we al iets vieren.

Dit jaar is het anders. Vanmiddag komen mijn broers, zus en ik bij elkaar in het huis van mijn moeder. We hebben in een wervelwind geleefd sinds de vroege zaterdagochtend van 5 mei, het moment dat mijn moeder overleed. Eigenlijk stond het leven al extreem in het teken van mijn moeder sinds ze eind januari ziek werd.

In Afrika werd ik op de hoogte gehouden door mijn broer en zusje in Nederland. Dilemma, ga ik terug of blijf ik. Ik bleef. De dag dat ik terugkwam viel ik midden in een situatie waar mijn broer en zusje al een week of wat inzaten en ik nam het meteen van hun over. Drie slaapdiensten achter elkaar. De overgang was groot en wreed, maar soms is er geen keuze.

Terugkijkend ben ik ontzettend blij dat ik alles heb gedaan dat ik kon om er te zijn voor mijn moedertje. Ik ben ook trots hoe wij, haar kinderen, steeds voor haar klaarstonden. Bijna on-hollands, als ik het zo mag stellen. De afgelopen week was heel apart. Hoe verwerk je het afscheid van je moeder. Al is ze 87 jaar geworden, het blijft je moeder. Naast de liefde en de herinneringen aan dagelijkse dingen, is het het verlies van een symbool. Je moeder, de moeder.

Toen ik zes jaar was verloor ik mijn vader. Hoe weinig bewust maak je dat mee op die leeftijd. Mijn moeder nam ons niet mee naar zijn begrafenis, dat leek haar te erg voor ons. Ze heeft daar haar hele leven spijt van gehad en zich schuldig over gevoeld. Ik heb mijn hele leven een begrafenistrauma gehouden. Wie er ook in de kist lag, ik moest altijd erbarmelijk huilen. Ik vermeed begrafenissen dan ook zo veel mogelijk.
Nu heb ik bij mijn moeder het hele proces meegemaakt. De prachtige laatste dag samen en de eerste dag dat wij nog bij haar waren. In haar eigen woorden: Dankbaarheid, acceptatie, vertrouwen, loslaten.
Langzaam zag en voelde ik hoe het leven haar verliet. Een paar dagen later was mijn moeder mijn moeder niet meer. Haar lichaam was slechts het stoffelijk omhulsel dat haar zo lang dienst deed en dat we graag knuffelden. Inmiddels heb ik geleerd dat liefde sterker is dan de dood. In liefde blijven we verbonden.
Ik heb het gevoel dat ik nu van mijn begrafenistrauma ben verlost.

Mijn broertje had voor de afscheidsplechtigheid het nummer 'Mag ik dan bij jou...' van Claudia de Breij uitgekozen. Een prachtig nummer waar ik hem dankbaar voor ben. Toen mijn broertje en ik in de auto stapten om mijn moeder op te gaan halen voor het laatste afscheid, klonk dit prachtige nummer in zijn auto. Nooit hoor je het op de radio. Toeval? Mijn broertje en ik keken elkaar aan en barsten beiden in janken uit. Moedertje toch, begin je nu al te spoken.

Tsja moederdag...




donderdag 29 maart 2012

(29-03-'12) Zelfgenezing

Lieve jongens, ik dacht dat ik jullie moest beschermen. Jullie waren zo klein en de waarheid was zo wreed. Misschien kon ik het zelf niet geloven dat ik zo werd behandeld door de man waarvan ik dacht te houden, door jullie vader. Misschien ook schaamde ik me dat ik me zo liet behandelen? Nee, ik wist toen nog niet wat ik nu wel weet, namelijk dat ik beter verdiende.

Het doet pijn, de afkeer in je ogen en stem omdat ik deze man tot jullie vader maakte. Waarom?
Wat wist ik van liefde? Al heel jong schoof ik mezelf opzij om te zorgen dat anderen zo weinig mogelijk verdriet of zorgen hadden, vooral mocht ik niemand tot last zijn. Sorry dat ik besta: Het werd een tweede natuur zonder dat ik het doorhad. Ik wist niet dat een mens van zichzelf kon houden.

Gisteravond ging ik naar een prachtige lezing cq. workshop over Innerlijke Bevrijding, gegeven door Arjen Slijp. 'Vermoeidheid, uitputting, is vaak het gevolg van onderdrukte woede.' Hmm, nee joh, ik? Ik ben niet boos, ik ken geen woede... Ik bood me gisterenavond aan als proefkonijn voor een hele groep. Doodeng! maar wel een unieke kans om verder in dit thema te duiken en te werken aan de innerlijke bevrijding... Arjen Slijp, een aanrader, stelt op een rustige, eenvoudige manier een aantal vragen, waardoor je zelf tot bepaalde inzichten kunt komen, of bij diep weggestopte gevoelens. Na afloop rommelde mijn hele lijf, zo heftig was de ervaring, maar ik voelde me wel in vertrouwde handen.

De laatste dagen zijn de zoons en ik bezig om terug te kijken naar wie en wat hun vader was, wat er gebeurd is vroeger, waarom we uit elkaar gingen, en ik dacht dat ik klaar was met deze man. Totdat ik merkte dat ik iedere keer bijna stikte in mijn tranen en de brokken in mijn keel. Om te kunnen overleven in mijn eentje met twee hele jonge kinderen heb ik heel veel weggedrukt; gevoelens, ervaringen en vooral mijzelf. Het spijt mij, grote stoere mooie zoons om jullie en mij in tranen te zien om deze man, dit gemis, dit verdriet. De aangerichte schade... Maar wat geniet ik ook van dit gezamenlijke helingproces. Hoe moeilijk soms ook, we praten, en voelen en proberen te begrijpen en we leren om verder te kunnen, ieder met zijn eigen leven en samen met ons als gezin. We genezen onszelf.

woensdag 28 december 2011

(27-12-’11) Grote schoonmaak


Het einde van het jaar is altijd een periode van terugkijken en overdenken, maar dit jaar meer dan anders. Er hangt iets in de lucht, al een tijdje zijn we bezig om onszelf en elkaar los te maken, te bevrijden van het verleden, en ons klaar te maken voor de toekomst. Wij als gezin, als moeder, zoon en zoon.

Was ik door omstandigheden in het nog niet eens zo verre verleden vooral bezig met de jongste zoon, op dit moment hebben de oudste en ik iets uit te werken. De huidige periode staat in het teken van de grote reflectie, op mijn leven, op ons leven, op het verleden en het heden, en soms kijk ik vooruit.
Bijna twee maanden geleden schreef ik mijn lieve oudste zoon een lange brief waarin ik terugkijk op ons als gezin toen we nog samen in een huis leefden. Ik bied hem mijn excuses aan voor steken die ik heb laten vallen als hoofd van het gezin, maar boven alles ontsla ik hem van de verantwoordelijkheid voor zijn broer en voor mij.
Mijn oudste zoon is een gevoelige serieuze man die zijn verantwoordelijkheid neemt. Als oudste zoon zonder vader moet hij onbewust de vaderrol over hebben willen nemen, zeker toen ik ziek werd, en in zijn ogen zwak. Ik heb me nooit echt gerealiseerd hoe zwaar hij zijn taak moet hebben opgevat en gevoeld, zeker toen zijn broertje ook nog eens de nodige heftigheid het gezin in bracht. De oudste is een zeer loyale broer die ondanks alle gekkigheid voor zijn broertje door het vuur gaat en als eerste klaar staat om waar nodig weer te ruimen.
In genoemde brief heb ik hem bevrijd van zijn verantwoordelijkheid voor ons. Ik heb hem uitgelegd dat zijn broer en ik, net als hij, ieder ons eigen pad moeten gaan en zelfs recht hebben op onze eigen fouten en ook onze eigen successen, net als hij.

Sinds die brief is er iets aan het veranderen. Mijn oudste zoon lijkt zich weer te openen, en er is een ontspanning, bevrijding over hem gekomen. Maar het verleden heeft zijn sporen nagelaten, bij hem net zo goed als bij mij en bij zijn broer.
Vorige week was er een laatste stuiptrekking in de vorm van een aantal zware telefonische gesprekken waarin hij zijn zorg over zijn broer uitsprak. Het was een knoop uit het verleden die nog ontward moest worden. Door deze gesprekken kon ik ook mijn eigen angst en pijn herleven en daardoor hopelijk loslaten.

Hoe wonderlijk is synchroniciteit. Op het moment dat het verleden los komt en de ballast gaat stromen, begint voor mijn oudste ook de materiële beloning voor al zijn harde werk te stromen. Vandaag kwam hij langs, helemaal in het nieuw gestoken. Wat een heerlijk gevoel. Samen met zijn broer deed hij boodschappen en bereidde hij een geweldig feestelijke derde kerstdagmaaltijd. Aandoenlijk hoe die twee zo samen bezig waren. Ik genoot.
Er wordt veel geheeld deze dagen, het is niet altijd makkelijk maar erg mooi.
We ronden onze periode als gezin af en bereiden ons voor op ieders eigen toekomst, waarin altijd ruimte en heel veel liefde voor elkaar blijft.

zondag 13 maart 2011

(C13-03-’11) En dan is het leven weer een feestje

Ik had het hier al eerder over de speciale coachingskwaliteiten van mijn jongste, maar ik blijf verbluft zijn over wat hij kan en hoe liefdevol hij blijft zoeken om de knoop en de warboel in mijn lijf en hoofd te ontwarren. Dat alleen al is een cadeau van het universum.

Zelf was ik hard op weg om ten onder te gaan in de wanorde in mijn denken, vooral na het aangekondigde ontslag was het volkomen onverwacht alsof ik een klap van de molen had gekregen. Mijn baas vroeg enkele dagen later hoe het met me ging, en ik begin zo ontzettend te janken op mijn werk, te midden van al die jonge vlotte succesvolle collega’s. Ik schaamde me, maar tegelijk vond ik het goed dat mijn baas, en anderen, zien dat het toch niet niets is, om terwijl je al maanden in de ziektewet zit je ontslag aangezegd te krijgen.

Gisteren werd mijn Benjamin eenentwintig, ik was bijna de hele dag alleen thuis dus gelukkig had ik geen slingers opgehangen. Mijn hoofd bleef maar malen, ik kon geen touw vastknopen aan de interne discussie. Het was/ is alsof ik zelf mijn grootste vijand ben. Pijnlijk. ’s Avonds bleef mijn schatje tegen me aanpraten, en ik wilde niet meer, maar hij ging door. Hij probeerde de kern van al mijn opmerkingen, klachten en losse flodders te pakken te krijgen. Uiteindelijk pakte hij potlood en papier en zette een schema neer, en door dat schema door te lopen en door te praten kwam er steeds meer rust in mijn hoofd. Nee, ik ben niet gek, ik ben mijn verstand niet aan het verliezen. Die innerlijke strijd kwam ook heel duidelijk in beeld.

De heling, de zelfgenezing bestaat uit het heel maken van de verschillende facetten van mij en in mij, en in iedereen uiteindelijk. Het ziekmakende gevecht in mij komt uit de strijd tussen mijn conditionering, wat denk ik dat er van mij wordt verwacht, wat verwacht ik van mijzelf, tegenover de dringende behoefte om vrij te zijn, om autonoom te zijn, mijn eigen weg te gaan.
Het is prachtig hoe ik deze begrippen eerder tegenkwam in voor mij belangrijke boeken, verhalen, maar nu pas begrijp wat er aan de hand is in mij, in veel mensen, met name wellicht in kunstenaars (!?).

Natalie Goldberg heeft het in haar boek: Wild Mind, living the Writer’s Life, in dit verband over de Wild Mind versus de Monkey Mind. Het is vier jaar geleden dat ik het las, en nu pas voel ik wat ze bedoelde. De Monkey Mind, de na-aap mind, bestaat uit de waarden en normen, de samenleving, je opvoeding, De Wild Mind is je authenticiteit, je bron, het is puur en echt.

Hetzelfde verhaal komen we tegen in Paolo Coelho’s: De Alchemist. Ik noemde het al eerder, het is belangrijk dat een mens zijn eigen weg vindt en gaat, leef je legende! Daar leert de Alchemist om lood in goud te veranderen.
Citaat: “Wat je nog moet weten is dit: voor ze een droom verwezenlijkt, wil de ziel van de wereld altijd eerst nog testen wat je onderweg hebt geleerd. Ze doet dat niet om je te sarren, maar om samen met je droom ook de lessen te laten verweven die je leert terwijl je werkt aan je droom. Dat is het moment waarop de meeste mensen afhaken. Dat is wat wij in woestijntaal noemen:’Sterven van de dorst terwijl de palmbomen reeds opdoemen.’ De jongen moest denken aan een oud spreekwoord van thuis: het donkerste uur is het uur voor de zon opkomst.
“Geef je niet over aan wanhoop, dan kun je niet praten met je hart.”
Je hart staat hier voor de kern, het autonome, versus de Monkey Mind, het aangeleerde.

Het is waar, zo nu en dan geef ik me over aan wanhoop, dan verlies ik het overzicht en de controle. Het schemaatje dat mijn Benjamin voor mij maakte op de dag van zijn officiële volwassenheid, helpt mij om de draad weer op te pakken die ik na mijn ontslagaankondiging opeens even kwijt was.

Het leven is een feestje. Mijn leven is een feestje, met een zoon die mij begeleidt op de weg terug naar gezondheid, heelheid, via zijn liefde, aandacht en coaching en een zoon die mij begeleidt op de weg terug naar gezondheid, heelheid, via zijn wonderlijke meditatieve muziek, die ik tijdens dit schrijven op mij laat inwerken. Deze muziek is te beluisteren op http://www.amorphae.com.

En nu ben ik eindelijk klaar om volop te genieten van het feit dat mijn lief en ik over slechts enkele dagen samen zullen zijn.

En zo kom ik terug bij mijn persoonlijk gebed dat ik in een van mijn eerste teksten neerzette:



13-03-‘11

woensdag 20 oktober 2010

(C 19-10-'10) Wie was jij? Terugblik

Hoe kon je? De eerste keer dat ik zwanger was van je kind stompte je me met je grote harde vuist vol in de buik. Ik weet niet eens waarom. Nou is geen enkele reden een goede reden voor zoiets natuurlijk. Toen ik opnieuw zwanger was van je kind sloeg je me in elkaar. Grote blauwe plekken op mijn armen. Met twee grote handen sloeg je tegelijk op allebei mijn oren. Wat zeg je? Ja, sinds die tijd hoor ik minder. Wat bezielde je? Wie was je eigenlijk?

Ik had tentamen en jij zat naast me op de achterste rij. Ik was eerder klaar dan jij en schoof mijn aantekeningen naar je toe toen ik opstond en de zaal verliet. Na afloop spraken wij elkaar. Je had niet doorgehad dat ik mijn aantekeningen voor je had achtergelaten. Stom, dat was het antwoord geweest op de vraag waardoor jij zakte voor je tentamen. We gingen wat drinken en we gingen nog een keer wat drinken. We werden een stel. Wat ik niet wist was dat jij al een stel was. Dat vond je ook eigenlijk heel normaal, ik niet. Toen ik zei dat ik bij je wegging omdat ik het rot vond voor je vrouw, zei je dat je dan toch een ander zou nemen. Inmiddels was ik zo verliefd dat ik dacht, nou ja, als hij toch…, laat ik het dan maar zijn. Zo weinig wist ik van de liefde.

In het begin konden we ontzettend met elkaar lachen. Ik hield van je zorgeloosheid. Die was nieuw voor me. Ik kwam uit een serieus gezin. Ik was verantwoordelijk, niet zwaarmoedig maar echt vrolijk, nee. Ik hield van je lichtvoetigheid, je anders zijn. Je bracht een hele andere wereld mijn leven binnen. Ik dacht dat ik van je hield, dat dacht ik echt. Misschien heb ik dat ook een tijdje gedaan, totdat je me pijn ging doen en ik in de war raakte. De dingen die je tegen me zei, de constante afkeuring. Nooit deed ik meer iets goed, na die eerste romantische maanden waarin je me op handen droeg. Alles dat slecht en fout was dat was ik volgens jou. Hoewel ik je stevig weerwoord gaf werd ik langzaam murw. De kritiek van iemand waarvan je houdt komt zo hard binnen.

Hoe kon het zo lang doorgaan? Dat is iets dat ik me niet meer kan voorstellen. Isolement; je wilde niet dat ik mijn vrienden nog zag. Je wilde mijn leven bepalen. ‘Nou, ik zou me mooi niet laten slaan. Dat zou ik nooit pikken.’ Dat is wat iedereen altijd zei. Ik vertelde dus tegen niemand dat ik me wel liet slaan. Ik voelde me nog slechter, verachtelijker. Het isolement werd nog groter.
We verloofden ons. Niets romantisch helaas. We hadden mooie ringen laten maken, jij, ik en ons eerste kind. Heel schattig. Op die oudejaarsavond liep niets zoals ik had gehoopt. De hele avond was je weg en ik zat met onze baby alleen thuis. Ik had mijn best gedaan het gezellig te maken. Kwart voor twaalf kwam je thuis, je had je oudere dochter bij je. We hadden ruzie, nee, niets romantisch. ‘Nou, doe die klote-ring nou maar om.’ Om vijf over twaalf was je weer weg.

We hebben nooit samengewoond. Ik uit idealistische overwegingen, jij uit banalere overwegingen. Ik kreeg uiteindelijk nooit je sleutel, je wilde je vrijheid houden. Ach, hoe naief was ik toch.

Toen ik twee maanden zwanger was van de tweede sloeg je me in elkaar terwijl ik met een dreigende miskraam liep. Ik had net weer een miskraam achter de rug en was bang. Je had commentaar op de vis die ik aan het bakken was. Lekker belangrijk. Ik besloot dat ik niet meer verder met je kon omdat ik bang was geworden. Bovendien hield je niet van zwangere vrouwen en ik had geen zin om nog een keer te doen alsof ik niet zwanger was.

Sinds die tijd heb ik alleen voor de jongens gezorgd. Ik was mijn vertrouwen in mijzelf kwijtgeraakt. Hoe had ik ooit van zo’n man kunnen houden, had ik nou niet een leukere vader voor de kinderen kunnen uitzoeken. Kortom, ik voelde me leeg en mislukt op veel gebieden. Ik deed wat ik kon en meer om de jongens een gewone prettige jeugd te geven. Die paar keer dat je terug in ons leven kwam was meestal een drama. Je kwam binnen, fokte de boel op, zocht ruzie en na een half uur verdween je weer, ons alledrie in tranen achter latend. Wie was je toch? Ik heb je nooit gekend, jij hebt mij nooit gekend.

19-10-‘10

dinsdag 12 oktober 2010

(SVZ) Licht aan het eind van de tunnel, of De Phoenix uit de as herrezen.

Waarom durf je niet te geloven wat je eigenlijk al heel lang hebt geweten. Moet je echt helemaal afbranden, om langzaam weer uit de as te herrijzen? Vijfhonderd jaar leven, ploeteren, jezelf op het verkeerde pad houdend omdat je denkt dat het zo hoort, dat je zo moet leven.

Heel langzaam ontdek je dat mensen je het meest waarderen wanneer je echt bent, wanneer je het voor jou uitgestippelde pad volgt.

Al die jaren heb ik zo hard, zo verschrikkelijk hard, geprobeerd te zijn zoals ik dacht dat ik moest zijn. Niet dat het erg lukte, maar ik heb het jaren en jaren geprobeerd. Hoe dacht ik dan dat ik moest zijn? Geen idee, als ik maar niet mezelf was. De zachte vriendelijke dromer die wilde leven van de wind. Het kleine lieve meisje dat de wereld een beetje mooier wilde maken. Het lieve meisje dat onbekenden op straat groet omdat ze houdt van de lach op het gezicht van die onbekende, om zo de zon te zien doorbreken in de spiegels van hun ziel. Het kleine meisje dat gelukkig is als een ander gelukkig is, vooral als zij zelf een beetje kan bijdragen aan de persoonlijke groei van een ander.

“Je mag jezelf niet wegcijferen”. “Kom voor jezelf op”. Altijd was ik een buitenstaander. Als klein meisje leefde ik al in mijn eigen wereld, die kon ik net zo mooi maken als ik zelf wilde. Daarom hou ik ook van tekenen, als je tekent kun je alles maken zoals jij dat wilt. Ik ben nog steeds een vormgever. Schilderen, schrijven, tekenen, alles maak je zo mooi en lief als jij dat wilt. Dat zijn de enige momenten dat ik me helemaal vrij voel, dat ik mezelf kan zijn en mijn eigen beeld van de wereld kan weergeven.

Steeds opnieuw die confrontatie met de realiteit. “Schiet op”, “Loop door”, “Hou je sterk”, “Bijt van je af”. De eeuwige worsteling om op te schieten, door te lopen, me sterk te houden. Van me af bijten lukt al helemaal niet. Maar wil ik dat dan? Nee, nee, nee, maar ik moet. Anders wordt er over me heen gewalst. Iedereen lijkt het beter te weten. Iedereen weet hoe ik moet leven. Waarom weet ik het zelf dan niet? Natuurlijk, dat komt omdat ik van een andere planeet kom, omdat ik uit een andere dimensie kom. Vergeet maar gauw dat ik dat gezegd heb, anders mag ik helemaal niet meer meedoen. En ik wil zo graag meedoen. Ik wil er niet bijhoren. Ergens diep van binnen koester ik mijn eigen waarden, maar dat durf ik niet toe te geven. Het is een constante worsteling in mij. Zelfs nu, terwijl ik dit opschrijf, stagneert het opeens. Nee, dat kan ik niet neerzetten, dan denken ze dat ik gek ben. Van het pad af. Dat wil ik niet. Ik wil dat mensen me ´gewoon´ vinden. Nee, dat wil ik eigenlijk helemaal niet. Het is dodelijk om gewoon te zijn. Maar het is zo vermoeiend om altijd anders te zijn. Altijd moet ik gebeurtenissen vertalen naar mijn eigen wereld.

Ik kom van een ander deel van het universum en heb de opdracht de wereld een beetje mooier te maken. Het is moeilijk om me aan te passen aan de wereld. Waar ik vandaan kom gaan de lichtwezens heel anders met elkaar om. Er heerst harmonie en behulpzaamheid. Die waarden zitten in me. Ik weet van anderen die ook naar de aarde zijn gestuurd om mee te helpen aan de opbouw en de structuur van de mensen. Pas je je teveel aan dan ben je verloren voor jouw opdracht, maar pas je je te weinig aan dan blijf je buiten de samenleving staan. De middenweg is een constante worsteling, je realiseert je ook niet dagelijks in welk conflict je zit. Soms vergeet je een tijd dat je hier bent om een opdracht uit te voeren.

Mijn hele leven heb ik me anders gevoeld. Toen mijn vader me kwam opzoeken toen ik een klein meisje was en hij net gestorven, toen heb ik hem gevraagd om weg te gaan omdat ik het een beetje eng vond dat hij bij me was. Natuurlijk kwam hij niet meer bij me want hij wilde niet dat ik bang was voor hem. Ik vond het heel normaal en heel fijn dat hij bij me was, maar tegelijk voelde ik dat het niet normaal was, gezien vanuit deze wereld. En ik raakte het langzaam kwijt, de liefde en de steun van wat ze hier overledenen noemen. Ik leerde mijn gevoeligheid te ontkennen.

Toen ik ouder was voelde ik me verwant aan heksen. Vrouwen die dicht bij de natuur stonden, die de betekenis van kruiden kennen, die het ritme van de seizoenen volgen. Vrouwen vooral die de magie kennen, die de krachten kennen om dingen te laten gebeuren. De kracht van concentratie, van woorden en van beelden. Ik hield en houd alleen van witte magie, niet van negatieve magie. Toen ik een jaar of achttien was werd ik bang van mijn eigen kracht. Ik was bang dat ik nog niet rijp was om de verantwoording over die kracht te dragen. Abrupt sloot ik mijn gevoeligheid af omdat ik dacht dat hij door anderen als ongepast werd ervaren. Ik vond de beheersing van kracht en mijn gevoeligheid voor de andere wereld nu ook ongepast.

Ik werd moeder voor twee zoons, en toen voelde ik me helemaal verantwoordelijk, niet alleen voor deze twee maar voor alle kinderen. Nu ging ik extra extra mijn best doen erbij te horen, om een mens onder de mensen te zijn. Meer specifiek om een Nederlands mens onder de mensen in Nederland te zijn. Dat klinkt misschien raar maar sommige ideeën bleken overeenkomsten te vertonen met gewoonten in andere delen van de wereld. Vlak voordat ik moeder werd was ik een tijdje in West Afrika geweest. Dit is een plek waar een stukje van mijn hart is achtergebleven en waar ik erg graag mijn kinderen mee kennis wilde laten maken. Helaas lieten de financiën dat nooit toe.

In het moederschap voelde ik me vaak tekort schieten in de ogen van de samenleving om me heen, en daardoor in mijn eigen ogen. Een erg pijnlijk gevoel want ik wilde het zo graag goed doen. Extra goed omdat ik me schuldig voelde dat ik geen leukere vader voor mijn zoons had uitgekozen. Ik voelde me schuldig over deze man die meer negativiteit dan liefde bleek te kunnen geven. Ik wilde zo veel mogelijk bij ze zijn om ze zelf te zien opgroeien, maar ik moest ook geld verdienen om de huur en andere dingen te kunnen betalen. Hoewel ik een wat men noemt goede opleiding heb gevolgd, lukte het me niet echt om met een halve werkweek een beetje leuk te verdienen. Gevolg was dat er altijd moest worden gepast en gemeten wanneer de onvermijdelijke rekeningen binnen kwamen. En ik probeerde zo hard om het goed te doen. Wonend in een omgeving waar men materieel gezien alles en meer heeft, waar kinderen drie keer per jaar op vakantie gingen, kon ik mijn kinderen vaak niet geven wat ik had willen geven. Dat was heel pijnlijk.

Ook als moeder voelde ik dat ik anders was. Dingen die ik belangrijk vond om door te geven waren soms zo heel anders dan wat andere ouders leken te willen doorgeven. Een van de belangrijkste doorgeefdingen vind ik het volgen van je passie. Ik keek om me heen en zag allemaal ouders die de hoogst mogelijke studie adviseerden en dan vooral een die zoveel mogelijk materieel gewin zou opleveren. Ondanks al mijn twijfels dankzij invloeden van buitenaf, bleef ik volhouden aan mijn eigen wijze van opvoeden. Wat een innerlijk strijd had ik te leveren.
Het is dan ook niet gek dat ik niet overeind kon blijven. Al die twijfels, innerlijke strijd en goede bedoelingen eisten hun tol. Jarenlang ging ik gebukt onder een fikse burn out. Weer voelde ik me tekort schieten. Het lukte me niet eens om overeind te blijven en een sterke gezonde moeder te zijn. Alle energie die ik nog over had, en meer nog, gaf ik aan de kinderen in een poging om toch een zo veilig en warm mogelijke jeugd te geven. Ja, inderdaad, ik vergat mijzelf aandacht te geven. Maar goed, de kinderen werden ouder en zowaar het lukte me om een echte baan te vinden. Van negen tot half zes en met pensioensopbouw. Eindelijk deed ik het zoals het hoorde…dacht ik. Toen ging het licht uit.

Uit alle verwarring, chaos, onbegrip, paniek komt eindelijk, eindelijk het besef naar voren dat ik mag zijn die ik ben. Een klein meisje dat de wereld een beetje mooier wil maken, en dat naast het kleine meisje in haar zoetjesaan volwassen wordt en beseft dat het goed is zoals het is. De strijd lijkt te zijn gestreden. Als een Phoenix herrijs ik uit de as. Al mijn kracht en licht klaar om aan de wereld te tonen. Ik ben die ik ben.

Ik groet het universum
En spreek mijn dank uit
Voor de kracht en het licht
Dat ik terug heb gevonden
En waardoor ik nu straal
En licht doorgeef
Via mijn verhalen
In beeld, tekst en in liefde
Universele liefde! Amen!

07-10-'10