Waarom durf je niet te geloven wat je al heel lang weet? Moet je echt eerst helemaal afbranden voordat je langzaam weer uit de as durft te herrijzen?
Hier kun je het verhaal lezen van een vrouw die na ruim twintig jaar alleenstaand ouderschap de weg terug naar zichzelf zoekt en vindt. Hulpmiddel hierbij is het pad van zelfgenezing, vandaar het symbool van de Phoenix die uit de as herrijst.
maandag 22 oktober 2012
(21-10-'12) Innerlijke bevrijding
In de loop van ieder mensenleven wordt naast veel mooie momenten ook een hoop ellende opgeslagen, bij de een meer dan bij de ander, maar toch, je ontkomt er niet aan. Op een gegeven moment is het dan tijd voor een grote schoonmaak.
Onverwerkte emoties laten hun sporen achter, en als je ze lang genoeg ontkent dan kan je lichaam ziek worden. Een overduidelijke aanwijzing dat er iets aan de hand is. Dit hele weblog gaat over de constatering dat mijn lijf aan alle kanten protesteerde en niemand wist wat er aan de hand was.
Zoals velen met mij begon ik bij bezoek aan reguliere artsen. Vage klachten waar niemand wat mee kon. De zoektocht leidde langs Pfeiffer/ CMV, naar een beschadigd bekkenbodemgebied (LS etc.), via extreme stress, naar angst voor Chronisch Vermoeidheids Syndroom (CVS). Op een gegeven moment begreep ik dat de reguliere geneeskunde me niet verder zou helpen, met name omdat er vooral aan symptoombestrijding wordt gedaan. De oorzaak die ten grondslag liggen aan symptomen worden meestal niet bekeken.
Beetje bij beetje kreeg ik een vermoeden dat dingen die je in de loop van je leven meemaakt in je lijf blijven zitten wanneer je er niets mee doet. Heel opvallend vind ik dat aannames die je in een bepaalde situatie maakt je hele leven door kunnen werken. Een klein voorbeeld: na veel zoeken kwam ik erachter dat het overlijden van mijn vader toen ik zes jaar oud was, voor mij leidde tot de kinderlijke aanname dat ik niet de moeite waard was voor mijn vader om te blijven leven.
Ik heb nooit beseft dat dit zo'n doorwerking had. Later zocht ik onbewust situaties/ relaties op waarin ik werd bevestigd in het gevoel dat ik niet de moeite waard was. Ik ben daarin niet bepaald de enige, veel mensen lopen met dit soort onbewuste aannames rond, met alle gevolgen van dien.
Sinds ik met dit weblog begon is er een transformatieproces bezig, een grote schoonmaak. De afgelopen maanden stonden vooral het afscheid van mijn moeder en de ziekte van mijn zusje centraal in mijn veranderde kijk op mijn leven.
Ik volgde enkele lezingen van Arjen over de Innerlijke bevrijding, en zijn methode spreekt mij erg aan door de laagdrempeligheid. Een eenvoudige maar zeer doeltreffende methode om oude blokkades op te ruimen. Op zijn website legt hij de methode duidelijk uit, beter kan ik het niet zeggen.
Als voorlopige afronding van mijn genezingsproces en om mijzelf voor te bereiden op een nieuwe toekomst, een nieuw leven, besloot ik mijzelf een workshop cadeau te doen. Deze workshop heb ik gisteren en vandaag gevolgd. Uit ervaring met een eerdere (mini-) sessie bij Arjen weet ik dat er veel losgemaakt wordt en dat dat lang doorwerkt.
Het was een intensief weekend met veel indrukken die nog moeten bezinken. Ik ben erg blij dat ik mijzelf dit cadeau heb gedaan en verwachtingsvol kijk ik uit naar wat ik de komende tijd tegenkom aan veranderingen in mijn houding tegenover het leven, tegenover mijn leven.
Ik zal er ongetwijfeld op terugkomen.
Voorlopig wil ik alleen zeggen dat ik onder de indruk ben van deze methode. Een aanrader dus.
vrijdag 21 september 2012
(21-09-'12) Samen leven
Wat een belangrijke lessen zijn dit. Zouden ons onderwijs, en later onze werksituaties, zo zijn dan zouden we volgens mij veel gezonder in het leven staan.
Veel van de huidige ziektes als burn out, depressie, en andere 'onverklaarbare' ziektes komen voort uit het niet verwerken van emoties en emotionele gebeurtenissen.
Het is belangrijk dat kinderen al vroeg leren om hun emoties te uiten, om naar elkaar en naar zichzelf te leren luisteren. Stil te staan bij de echt belangrijke dingen in het leven. Geluk, verdriet.
Persoonlijk ben ik vooral geraakt door hoe de kinderen omgaan met de dood van de vader van een klasgenootje. Ik was zes toen mijn vader stierf. Ik kan me echt niet herinneren of en hoe daar op school aandacht aan werd besteed, maar voor mijn gevoel was het vooral een kwestie van gewoon doorgaan. Zo snel mogelijk het gewone leven weer oppakken.
Om zo'n verlies een plaatsje te kunnen geven is het belangrijk dat er aandacht aan wordt besteed. Niet op een hele nadrukkelijke of problematische manier, maar vanzelfsprekend, zoals tijdens deze lessen op een Japanse school. Met leeftijdgenootjes die vragen stellen of zoals hier in de video brieven schrijven aan het klasgenootje. Prachtig!
Aandacht voor elkaar, oprechte interesse in en meeleven met elkaar... zo belangrijk...
zondag 8 juli 2012
(08-07-'12) Ik verbaas mijzelf weer
Gisteren lag er weer post voor mijn jongste op de deurmat...Hij kan zich niet inschrijven waar hij nu woont, net als de oudste trouwens, en zodoende komt alle post bij mij binnen. Ik open de post en scan het in en mail het door naar mijn schatjes. Ik word daar niet blij van maar zie nog geen andere mogelijkheid. Er komen rekeningen en aanmaningen, brieven van incassobureau's etc. Ik doe hard mijn best om ze niet letterlijk binnen te laten dringen, wetend dat het volwassen mannen zijn die zelf verantwoordelijk zijn voor hun daden en leven. Ik dacht dat het me eindelijk lukte om mijn eeuwige zorgen van me af te zetten, tot gistermiddag opeens bleek dat het hele jaar nog geen zorgverzekering was betaald.
In één keer was alle stress terug die ik dacht kwijt te zijn.
Ik had een emotioneel telefoongesprek met mijn benjamin. We waren allebei in tranen. Waarom lukt het toch niet. Hij begint iedere keer vol goede moed aan nieuwe baantjes, optimistisch vertelt hij me dan dat hij nu echt een leuke baan heeft die precies bij hem past. Totdat... en dan komt het weer. In sneltreinvaart gaat het mis; ofwel er wordt niet betaald, ofwel hij wordt niet meer opgeroepen. Het trieste is dat het geen onwil is want dan kun je nog kwaad worden, maar hij weet ook niet wat er steeds gebeurt.
Hij heeft zelfs de stap gezet om weer om Ritalin te vragen bij de huisarts. Deze heeft hem een recept gegeven voor alternatieve medicatie wat natuurlijk erg fijn is, maar het moet wel betaald worden en dat is nou juist het probleem.
Ik help hem tegen beter weten in af en toe nog door een aanmaning te betalen in de hoop dat we het incassobureau voorblijven. Ik kan het me niet veroorloven en raak zelf in de problemen. Helemaal fout dus, maar wat moet je dan. In zo'n moment van heftige vertwijfeling heb ik onderstaande tekst gisteren geschreven. Ik moet zeggen dat ik me vandaag weer iets beter voel, maar de heftigheid van mijn eigen reactie verbaast me. Aan de andere kant is het een jarenlange stressfactor die niet te negeren is en dus moeilijk definitief weg te werken is. Pijn en machteloosheid. ik weet heel goed dat je altijd de keuze hebt tussen angst en liefde, maar gisteren schoot ik weer even in de angst.
Als het moederhart bloedt
De pijn scheurt door mijn lijf. Mijn hart lijkt te exploderen en trekt tranen onderuit mijn tenen naar mijn hart om daarna mijn ogen te laten overstromen.
Ik huil, mijn grote volwassen man, om de strijd van het leven.
Een land vol hulpverleners maar waar kun je nou echt hulp vinden wanneer je het niet meer weet.
Ik loop op straat. Mijn jas draag ik om mijn lichaam te bedekken, niet als bescherming tegen de kou. Ik hoor geroezemoes overal vandaan komend. Mensen eten buiten in hun tuinen. Iedereen vermaakt zich en geniet van de milde avondzon.
Ik loop sneller en sneller tot ik niet meer kan. Ik open de deur van mijn huis, en breek.
Onze mama, die in de hemel zijt, ontferm u over mijn jongetje! Amen.
dinsdag 12 juni 2012
(12-06-'12) Oud zeer komt boven
My father would lift me high and dance with my mother and me and then
Spin me around 'til I fell asleep
Then up the stairs he would carry me
And I knew for sure I was loved
If I could get another chance, another walk, another dance with him
I'd play a song that would never, ever end
How I'd love, love, love
To dance with my father again
When I and my mother would disagree
To get my way, I would run from her to him
He'd make me laugh just to comfort me
Then finally make me do just what my mama said
Later that night when I was asleep
He left a dollar under my sheet
Never dreamed that he would be gone from me
If I could steal one final glance, one final step, one final dance with him
I'd play a song that would never, ever end
'Cause I'd love, love, love
To dance with my father again
Sometimes I'd listen outside her door
And I'd hear how my mother cried for him
I pray for her even more than me
I pray for her even more than me
I know I'm praying for much too much
But could you send back the only man she loved
I know you don't do it usually
But dear Lord she's dying
To dance with my father again
Every night I fall asleep and this is all I ever dream
Lyrics and Music: Luther Vandross Lyrics
source: http://www.lyricsondemand.com/l/luthervandrosslyrics/dancewithmyfatherlyrics.html
zondag 10 juni 2012
(10-06-'12) Het leven voor me
Ik begon dit blog in 2010, en op dat moment vroeg ik me af waarom ik zo weinig energie had. In 2009 had ik CMV, een broertje of zusje van Pfeiffer gehad en ik bleef maar moe. Ik heb zelfs nog een tijd onderzocht of ik CVS, het chronisch vermoeidheidssyndroom had, maar toen ik maanden moest wachten alleen al om op een wachtlijst voor een CVS kliniek te komen, toen ben ik gestopt met zoeken.
Inmiddels ben ik er achter dat wanneer je je emoties niet verwerkt, door wat voor omstandigheden ook, dat ze vroeger of later er toch uit komen. Heel vaak fysiek, zo ook in mijn geval. Lichen Sclerosis, verzakte achterwand, en heel erg moe. Slapen schijnt een manier te zijn om niet te hoeven voelen, net als eten.
Ik kom er nu achter dat ik me sinds de dood van mijn vader, toen ik zes jaar oud en zijn lievelingetje was, het kinderlijke idee in mijn hoofd heb vastgezet dat ik zo onbelangrijk was dat mijn vader het niet nodig vond om te blijven leven.. Op dat moment heb ik de taak op me genomen om voor mijn moeder en meteen maar voor iedereen om mij heen, behalve mijzelf, te zorgen. Dat ben ik altijd blijven doen. Het verbaasde mij, toen ik hier achter kwam, want ik ben eigenlijk niet een verzorgend type. Ik weet ook niet of mensen om me heen het doorhadden maar emotioneel voelde ik me heel verantwoordelijk. Gaandeweg hield ik geen zelfbewustzijn over, ik besefte niet dat ik zelf iemand was met gevoelens en behoeften, omdat ik me steeds bezighield met hoe het met anderen ging, en met het draaiende houden van mijn gezin.
Ik voelde mij naast het verdriet, enigzins opgelucht, bevrijd, na het overlijden van mijn moeder. Dat gevoel verwarde mij, maar het lichtte het laatste tipje van de sluier voor me op, namelijk dat ik mij altijd verantwoordelijk heb gevoeld voor haar geluk.
Mijn kinderen waren haar enige kleinkinderen en ik betrok haar bij alles omdat ik wist dat ze dat zo leuk vond, en ze heeft er van genoten. Actief als ze was wilde ze altijd wel mee naar een museum, dierentuin of zwembad. In het begin was het natuurlijk ook gewoon handig met twee volwassenen en een buggie en een draagzak en bagage op stap te gaan. Later ging ik met haar zwemmen, dat waren hele fijne ochtenden voor haar. We dronken dan koffie en namen een broodje. Maar ik vergat mezelf, wat wilde IK nou?
Nu zijn de jongens groot en ik probeer het 'zorgen voor' los te laten, het zijn volwassen mannen die voor zichzelf verantwoordelijk zijn...
Opeens komt er af en toe het gevoel naar boven: 'Zo, nu ik!'
Ik denk na over wat ik met de rest van mijn leven wil, en hoe ik daar kan komen.
Een van de dingen die naar boven komen is het schrijven. Schrijven in combinatie met tekenen.
Het voelt alsof ik nu gewoon leuke dingen kan gaan doen en ik ben benieuwd naar wat er allemaal nog op mijn pad komt.
zaterdag 2 juni 2012
(02-06-'12) Draad oppakken (net niet dus)
Mijn moeder overleden, haar huis leegruimen, schoonmaken, de tuin schoon opleveren. Dat is één.
Mijn zusje kanker en ziekenhuisopnamen dat is twee.
Mijn zoon een auto-ongeluk, zoon heel, auto van omaatje kapot, dat is drie.
Tussendoor gezeur rond UWV, moet in beroep gaan.
Gezeur rond visumaanvraag, ze willen opeens een trouwcertificaat, een hoop werk voor mijn lief, en hoge kosten voor mij.
Iedere keer probeer ik verder te gaan, de moed erin te houden, sterk te zijn en waar mogelijk te ontspannen.
Gisteren werd mijn zusje geopereerd... en wat de chirurg zag viel hem tegen... Conclusie: er zal chemo of bestraling moeten volgen.
Nu trek ik het even niet meer. Het lukt me niet te ontspannen, mijn lijf doet zeer. Ik betrap mezelf op het overspannen van spieren, van mijn geest, mijn hart, mijn lijf.
Iedere keer probeer ik mijn eigen leven weer op te pakken, maar steeds gebeurt er iets. Het huis van mijn moeder is zo goed als leeg en schoon, mijn huis is vol en vies. Mijn moeders tuin is opgeruimd en netjes, de mijne is verwaarloosd en overvol. Iedere keer probeer ik 'iets leuks' voor mezelf te gaan doen, en iedere keer is dat het eerste dat ik afzeg voor noodzakelijke dingen die tussendoor komen, zoals ziekenhuisbezoek, het opvangen van de Kringloper etc.
En nu...
Vanmiddag wil ik mijn zusje bezoeken. Eigenlijk wilde ik gisteren al, maar ik had geen energie meer voor de trein en de bus en de tram en lopen etc. omdat ik de hele ochtend weer als een gek in mijn moeders huis en tuin had gewerkt. Mijn broertje was er wel, en mijn oudste broer had vanuit de States een mooi bloemetje laten bezorgen. Ik was er niet... en voel me schuldig.
Vandaag ga ik wel... en ik ben koud, rillerig, jankerig, kwetsbaar. Het idee dat ik alleen over straat moet, en mijn zusje in deze staat ga zien waar ik me machteloos over voel, het geeft me tranen en hartkloppingen.
Ik vind het wel even genoeg geweest.
dinsdag 17 april 2012
(17-04-'12) Hartritme en ademhaling
Toen ik onverwacht de kans kreeg om mijn Heart Rate Variablity (hartritme) te laten testen door iemand die is verbonden aan een sportcentrum in Amsterdam, nam ik die kans van harte aan. Gisteren had ik de afspraak.
Lopend door Amsterdam besefte ik opeens hoe weinig ik het dorp uitkom. Ik kom bij wijze van spreken vaker in Afrika dan in Amsterdam dat maar dertig kilometer verder ligt. Met diepe teugen ademde ik de stad in en de toeristen... Ik was vergeten hoeveel toeristen er rond deze tijd in de stad zijn. Ik ving een glimp op van het nieuwe filmmuseum. Goh, ik dacht dat het veel groter en imposanter was. De grachten en rondvaartboten, de woonboten en zelfs de leenfietsen van gevaarlijke toeristen-fietsers lieten me terug in de tijd gaan en brachten een glimlach op mijn gezicht.
Ik heb iets raars met tijd en dus was ik ondanks treinvertraging errug vroeg op mijn afspraak, ik deed nog even een rondje en een koffie en ging terug naar de plek van de afspraak in de Jordaan. Ik wachtte in de sportschool aan de overkant. Dit was het type sportschool waar alleen slanke mensen komen. Het zag er allemaal heel goed uit.
De ruimte tegenover de sportschool was mooi en nieuw, net als de vriendelijke mevrouw (meisje) die me hielp. Vreemd genoeg lukte het me niet goed om te ontspannen. Nou ja vreemd, ik bleef me constant bewust van het feit dat deze jonge vrouw bevriend was met mijn oudste zoon, of in ieder geval heeft mijn oudste muziek voor haar gemaakt die ze zou gebruiken bij de ademhalingsoefeningen. Hierdoor durfde ik niet echt mezelf te zijn, bang om iets te doen of te zeggen waardoor de oudste zich zou kunnen schamen voor zijn niet nieuw-en-mooie moeder. Stomstomstom, ik weet het, maar toch.
Ik had een hartslagmeter om en mijn ademhaling verscheen bij haar op het scherm. Ik was vooral bezig met het feit of ik het wel goed deed. Niet precies wetende wat 'het' dan was.
Mijn gewicht en bloeddruk werden ook gemeten. Mijn bloeddruk was veel hoger dan een week of twee geleden bij mijn huisarts waar deze nog prima was. Gewicht is veel te hoog, dat weet ik, maar ook mijn bloeddruk was vrij hoog en dat verbaasde me. Al met al was het een aparte ervaring. Wat voor mij confronterend was is dat je direct kon zien hoe jarenlange stress fysiek zijn tol eist. Zelfs na bijna twee jaar ziektewet en werken aan mezelf nog. Opmerkelijk vond ik ook dat hier weer naar voren kwam dat ik moet proberen een verbinding te maken tussen mijn hoofd en mijn gevoel, en dat de ademhalingsoefeningen daarbij kunnen helpen.
Ik heb ademhalingsoefeningen meegekregen die ik 's ochtends en 's avonds ga doen. Opvallend vond ik haar opmerking dat rust zo belangrijk is om naar een gezond gewicht te gaan. Nachtbraker als ik soms ben moet ik daar maar eens wat meer op gaan letten. We hebben over drie weken een nieuwe afspraak. Hopelijk kan ik dan wat meer ontspannen, want nu ik dit zo opschrijf snap ik wel dat mijn bloeddruk te hoog en mijn ademhaling te snel waren bij haar.
Al met al vind ik het een mooie methode die je kan ondersteunen bij je genezing, en daarom wil ik de volgende keer in de gaten houden dat ik voor mijzelf kom, en me niet druk moet maken om mijn zoon. Maar ja, dat is een oud patroon hè, je om iedereen bekommeren behalve om jezelf. Zo ben ik in deze burnout terecht gekomen natuurlijk. Zo, nu eerst even goed doorademen...
donderdag 22 maart 2012
(22-03-'12) Over afscheid
Ze sukkelt heen en weer tussen het hier en het hiernamaals, zo lijkt het. Soms komt ze even terug en laat dan weten dat ze er nog is, en soms zit ik bij haar en voel ik dat ze ver weg is. De menselijke geest is wonderlijk en oh zo kwetsbaar. Ik praat met haar en het voelt alsof ze ook met mij praat, zoals vroeger. Even denk ik dan dat het allemaal weer goed komt, maar de volgende dag voeren we het zelfde gesprek, soms zelfs hetzelfde uur, en dan nog een keer en nog een keer. Er blijft niets meer hangen.
Ik heb nog zoveel te vertellen maar ik ben te moe. Haar blik gaat naar de televisie, haar steun en toeverlaat de laatste weken. Het kleine huis op de prairie. Het geeft haar een vredig gevoel en ze geniet van de oude kleding. Het is haar uurtje en als je bij haar bent dan kijk je mee. Punt uit, of je wil of niet. Ze heeft zich ontdaan van overbodig decorum en is rechtstreekser dan ze ooit was, tenminste in haar heldere momenten. Het is wennen, mijn moeder in haar nieuwe rol. Of is het eindelijk geen rol meer. In die zin is het eerste afscheid voorbij, de moeder die ze was is er haast niet meer, misschien wel helemaal niet meer.
De vrouw die precies wist wanneer haar kleinzoons een belangrijk examen hadden, of een spannend optreden. Ze was hun grootste fan. Ze wilde alles horen en alles weten. Soms stuurde ze een smsje naar de jongens, als er een paar keer een leeg smsje aankwam, lachten ze vertederd om hun oude oma die zo dapper met de tijd meeging, die smste en mailde met haar zoon verweg.
Haar eerstgeborene is vandaag teruggekomen van ver. Een weekend lang zal hij bij haar zijn. Ze keek er naar uit om hem te zien, maar het is haar ook eigenlijk te veel. Stil vraag ik me af: heeft ze op hem gewacht?
Ik vraag mijn jongere broer wat hij ervan denkt. We hebben allemaal zo onze eigen ideeën over de moeder, al naar gelang de wind waait. De engelsen hebben er een mooie uitdrukking voor: Fading Away. Langzaam vervagen. Ik dacht dat ik er vrede mee had en klaar mee was, maar opeens deed het zeer, het besef dat ik straks verweesd ben. Onwezenlijk.
Ik loop in gedachten de keuken in en zie een van onze katten, ze wordt oud en springt de laatste tijd steeds vaker bijna mis of ze struikelt over een traptrede. Volgens mijn wereldwijze (!?) oudste broer is dat het begin van het einde. Ik kijk naar haar en denk met een kleine brok in mijn keel: Kom op, niet allemaal tegelijk.
zondag 20 november 2011
(20-11-'11) Ben realistisch! Okee!
Via routenet had ik berekend dat de afstand ongeveer zes kilometer is en dat ik ongeveer een uur erover zou doen. Ruim op tijd vertrok ik. Wat een helse tocht leek te worden, bleek een mooi sprookje...
Een fontein ging helemaal op in de omgeving. Gefascineerd stond ik erbij en keek ik er naar. Gelukkig heb ik altijd mijn cameraatje bij me en kon ik het beeld vastleggen. Surrealistisch, als een fontein van ijs of van glas.
Vrolijk liep ik verder, aan het begin van de tocht was het heel stil op de weg. Door de mist voelde het alsof ik naar het einde van de wereld liep, en ik vroeg me af of de wereld misschien toch plat was, en of ik er voorbij het bordje 'verboden in te rijden' vanaf zou vallen. Tot mijn verbazing zag ik af en toe een auto heel dapper het einde van de wereld inrijden, wat een lef. Nog verbazender was het dat er een enkele auto terug kwam. Zouden ze spijt hebben gehad en zijn omgedraaid.
Ik liep weer verder en naderde een ecologische brug, zal ik maar zeggen. Een brug over de weg voor de dieren zodat ze veilig van de ene naar de andere kant kunnen lopen. De pijlers van de brug zagen er uit als een modern kunstwerk met grote stenen in een ijzeren hekwerk. Dit deed me denken aan bepaalde vormen van autochtone architectuur, zelfbouw, waar bij de makers de ruimte tussen twee wandjes opvullen met natuurlijke materialen. Het zag er mooi uit.
Inmiddels werd het steeds drukker op de weg waar ik liep, hij veranderde van een sprookjesweg in een grote autoweg. Prompt begon ik de vochtige kou te voelen, maar gelukkig was ik bijna op de plaats van bestemming aangekomen. Vlak voordat ik een woonwijk in zou gaan zag ik nog een mysterieus water in de diepte naast het talud liggen.
Met moeite maakte ik me los uit mijn droom, mijn mistige droom, en ik ging weer verder de realiteit in...
Ik had tot veler verbazing genoten van mijn meditatieve ontdekkingstochtachtige wandeling. Bovendien was ik trots dat ik na al die tijd van extreme moeheid in staat was tot deze tocht.
Terug wilde ik de trein nemen, maar die reed helemaal niet. Tja, toen stond ik even gek te kijken, wat nu, weer lopend terug? Hm, nee, genoeg is genoeg. Opeens kwam er een luxe touringcarbus langs die mij, en een paar anderen, weer terug naar huis bracht.
dinsdag 18 oktober 2011
(18-10-‘11) Met de ogen dicht
maandag 10 oktober 2011
(C10-10-‘11) Niemandsland
zondag 21 augustus 2011
(C21-08-‘11) Ont-moeten
vrijdag 27 mei 2011
(27-05-’11) Ik worstel en kom boven
Ik wil gelukkig zijn. Niet constant maar wel af en toe. Ik probeer heel hard om te kijken naar de mooie dingen die er zijn. Er zijn heeeele mooie dingen in mijn leven.
Door arboarts en UWV gedwongen probeer ik hele dagen te werken, terwijl ik weet dat het nu niet goed voor me is. Er staan financiële sancties tegenover als ik dat niet doe. Er staan gezondheidssancties tegenover als ik het wel doe. Zelfgenezing, het pad dat ik probeer te volgen. Luisteren naar de innerlijke stem, luisteren naar je lichaam. Ik hoor ze schreeuwen˸ Neeeeeeeeee, niet doen. Neem even tijd voor jezelf. Ik negeer de stem en voel me daar slecht over, Hoe kan ik genezen als ik de stem negeer. De instanties die er voor de burger zouden moeten zijn, ze zijn ziekmakend en ziekhoudend en ze geven je een laatste nekslag. Hoe kan dat nou. Hoe vind ik een manier om voor mezelf te zorgen en tegelijk de instanties met hun desinteresse tevreden te houden.
Ik ben net begonnen aan een zorgtraject bij een re-integratiebureau waar ik ruim vijf jaar geleden mee te maken had. Intake, psychiater, psycholoog, video/analyse. Iedere keer nemen ze ruim de tijd, wel twee uur lang per keer. Ik voel me er gehoord, stuk voor stuk zien ze dat ik volkomen uitgeput ben en hooguit een paar uur per week kan werken. Mijn werkgever heeft opnieuw een second opinion bij het UWV aangevraagd omdat hij ziet dat ik het niet redt. Volkomen kapot ben ik nu al een paar keer op een bank in slaap gevallen tijdens het werk. Ik schaam me tegenover de jeugdige en energieke collega´s, toch kan ik niet anders. Ik probeer zo hard om het te kunnen en ik kan het niet. Vandaag ging ik ruim voor tijd naar huis en verwonderde mij erover dat ik veilig mijn huis bereikte. Het leek of ik in trance was onderweg, ik ging stap voor stap omdat ik de hele weg naar huis niet kon overzien. Thuis heb ik urenlang geslapen. We weten niet wanneer het UWV tijd heeft voor een 2nd opinion, eigenlijk een 3th opinion inmiddels. Tot die tijd moet ik mij absoluut aan het opbouwschema van de arboarts houden. Dat schema houdt in dat ik vanaf volgende week weer 32 uur aan het werk moet.
Wanneer ik 32 uur werk kan mijn baas me beter melden en mij eindelijk ontslaan. Wat een ironie. Ik ben niet beter. Ik vecht tegen mijzelf om aan de 32 uur eis te voldoen, en dan word ik ontslagen. Die twee hebben niets met elkaar te maken volgens mijn baas. Volgens mij wel, ik namelijk één persoon, en niet twee verschillende personen.
Ik wil zo graag energie overhouden om dingen leuk te vinden, ik zou ook heel graag dingen doen die ik echt leuk vind, maar ik heb de energie niet. Vanochtend las ik een berichtje dat chronisch zieken teveel onder druk staan van regels en administratieve zaken waar ze zich aan moeten houden. Die druk remt de kwaliteit van hun leven. Het is waar en ik vind het heel erg.
Terwijl ik versleten op de bank lig komen er twee lieve sms’jes van mijn lief aan, hij zegt dat ik de liefste van de wereld voor hem ben, en hij vertelt me hoe blij hij met me is. Ja, ik heb genoeg om voor te blijven leven. Ik doe mijn uiterste best om overeind te blijven voor als hij straks zes weken bij me mag zijn. We gaan er een feest van maken, ondanks arboarts en UWV.
maandag 16 mei 2011
(C16-05-’11) Een dagje ouder
Afwisselend op de hurken en op mijn knieën zit ik dubbelgebouwen voor mijn aanrechtkastje. Eerst alles leeghalen, verdorie alles blijkt nat. De afvoer is al weer verstopt, eigenlijk heel plotseling. Gisteren liep het water nog weg, het pruttelde wat, maar nu blijft het staan en komt zelfs terug. Heel fijn. Ik haal de dop van de zwanenhals en zwart water stort in de emmer die ik er heel slim onder heb gezet. Helaas helpt dat niet genoeg, de verstopping zit verder naar de buitenmuur. Hoe kom ik daar nou bij. Ik ga even advies vragen bij de handige buurman. Hij maakt excuses want hij moet weg maar geeft nog wel de tip om met een tuinslang te proberen de verstopping te verwijderen. Ik moet nog ergens een tuinslang hebben, en na even zoeken vind ik hem maar hij is veel te dik om door het afvoerputje te doen. Wat heb ik nog meer in huis. Waslijndraad. Te slap. IJzerdraad ik draai er een stevige haak van maar ook dat mag niet baten. Ik bel de ontstopper van de woningbouw maar die is niet meer bereikbaar, ja, voor noodgevallen. Ben ik dat, hm nee, ik denk niet dat ze dit als noodgeval zien. Morgenochtend vroeg dan maar bellen, ach dat kan er nog wel bij. Net nu ik met moeite weer ga proberen te werken. Ik ruim alle viezigheid op. Stramme benen maken me blij dat niemand me ongelukkig bezig ziet, zo met mijn kop in het kastje en dan onelegant weer opstaan. Nou ja, niets aan te doen. Morgen is er weer een dag. Hoop wel dat ze gauw kunnen komen want overmorgen komt er verjaarsvisite en dan wil je toch niet in de zooi zitten.
Ik neem een kop koffie, en bedenk dat de jurk die ik zo graag draag een kapotte naad in de mouw heeft. Ik kan zelfs een naald en draad vinden en ga vol goede moed in de schemering zitten. Ik ben vergeten hoe klein het gaatje van de naald is waar ik de draad doorheen moet zien te krijgen. Sterker nog, het kost me met mijn ouder wordende ogen al moeite om zelfs de naald te vinden. Maar het lukt. Dan doe ik eerst een paar lampen aan en zoek een van de vele leesbrillen die tegenwoordig overal verspreid door het huis liggen, en dapper doe ik een poging, en nog een, en nog een. Uiteindelijk lukt het me om de draad in de naald te krijgen. Een beetje op de tast naai ik voorzichtig de losse naad weer dicht. Een zwarte draad tegen een donkere stof, hm, die ogen zijn echt niet meer wat ze geweest zijn. Ik maak er wat van en zal morgen eens rustig bekijken of het gelukt is.
Op zulke momenten gaat de leeftijd opspelen. Mopperend zat ik ongemakkelijk voor mijn aanrecht: Dat is toch geen werk voor een oud mens! En met die draad die in de naald moest, voelde ik toch ook echt dat ik geen achttien meer ben. Van de andere kant, zoals ik wel eens vaker zeg, je moet een huis van 53, overmorgen 54, eens zien. Zo’n huis begint ook te scheuren en andere aftakelingskuren te vertonen. Zolang de geest maar jong is. Gek genoeg is die geest ondanks alle uitputting en vermoeidheid af en toe nog steeds jong, heel af en toe zelfs nog speels. Is dat niet wonderlijk.
zaterdag 14 mei 2011
(C14-05-2011) Oh, was dat het
Toen ik twee ochtenden aan het werk was, kon ik het net volhouden. Een derde ochtend erbij bleek keer op keer te veel. Omdat de arboarts een snellere re-integratie wilde en ik bleef volhouden dat ik dat niet kon, hebben we (mijn baas & ik) een second opinion aangevraagd bij het UWV. De UWV arts was het met de arboarts eens en vond dat ik wel meer kon werken. De arboarts stelde daarop een schema vast waarmee ik binnen een paar weken weer op 32 uur werken zou zitten.
Iedereen weet inmiddels wel dat je naar je eigen lichaam moet luisteren, maar ik stond met mijn rug tegen de muur. Minder werken zou beteken dat ik word gekort op mijn inkomen. Ik nam me uiteindelijk voor om dan maar gewoon te doen wat er van me gevraagd werd. Ik pepte mezelf op zover het kon en nam me zelfs voor om met een zo positief mogelijke instelling te doen wat ik moest doen, en stelde me meer open om klusjes voor collega’s te doen.
Tot vorige week dinsdag. ’s Ochtends was ik al uitgeput voordat ik naar het werk ging en ik zag op tegen het kwartier lopen van het station naar mijn werk, en daarna de voor mij lange dag tot drie uur ’s middags, maar ik moest en ik ging. Het was haast niet uit te houden en het koste me moeite om rechtop te blijven zitten. Ik dacht dat ik gek werd want ik MOEST doorgaan. Na de pauze redde ik het niet meer en ik probeerde even in een kamertje apart te gaan liggen op een bank die daar staat. Na een paar minuten kwam ik overeind, met geknakte trots dat ik het weer niet redde, maar ik moest naar huis. Een (nieuwe) collega van me sprong in de auto en bracht me naar huis, ze zag dat ik nooit het stuk lopen naar het station, daarna de trein, en nog een stukje lopen zou redden. Nog veel dank! Thuis gekomen viel ik op de bank in slaap, at wat rond zes uur en sliep verder tot het bedtijd was en sleepte me naar boven om de hele nacht te slapen. Woensdag ook mijn werk afgebeld. Ondertussen een wanhoopsmail gestuurd naar een re-integratiebureau waar ik de week daarvoor een gesprek had gehad. De directeur kende ik nog van jaren geleden, en tot mijn verbazing (!) vond ze me helemaal niet zo goed als dat ik zelf dacht. Op mijn wanhoopsmailtje reageerde ze dan ook heel alert en het lot wilde dat er die donderdag een plekje was vrijgekomen bij een drukbezette psychiater, en ze adviseerde me met klem om langs te komen voor een gesprek. Dat deed ik.
Om een lang verhaal kort te maken: de diagnose is dat ik aan een jarenlange depressie (matig ernstig) lijdt, met een extra depressieve episode op dit moment. Een van de symptomen daarvan is bijvoorbeeld de lichamelijke uitputting die ik al bijna een jaar ervaar.
Deze uitslag ben ik nu al een paar dagen aan het verwerken. Het goede aan deze diagnose is de erkenning van wat ik zelf al wist, namelijk dat het ‘waar’ is dat ik het echt niet red om meer uren te werken. Het moeilijke is dat ik moet toegeven dat dit alles al heel lang speelt, dat dit de basis is van de lichamelijke klachten die ik ervaar. Ik besef dat er al jaren een grauwsluier over mijn gevoel hangt waar ik altijd maar tegen vecht, en dat ik mezelf steeds maar een schop onder de kont geef om door te gaan. Natuurlijk zijn er leuke dingen in mijn leven, erg leuke dingen zelfs, waarom was ik nou niet blijer daarmee. Op dit moment voel ik me rauw alsof mijn masker is afgebrokkeld.
Afgelopen woensdag was de dag dat ik er doorheen zat na de dag dat ik naar huis was gegaan. Mijn trots opnieuw geknakt, de wanhoop hoe het in Godsnaam verder moest. En toen kwam de post. Volkomen onverwacht lag daar de brief van de IND dat er geen bezwaar meer is tegen het toewijzen van een visum aan mijn lief om deze zomer een paar weken naar NL te komen. Van heel diep dal naar hele hoge top!!! Ik belde direct mijn lief en hij gilde van blijdschap aan de andere kant van de lijn.
Als de nood het hoogst is… is de redding nabij. Over enkele weken kan hij contact opnemen met Dakar over het visum. Tot hij het in handen heeft durf ik het nog nauwelijks hardop te zeggen. Helaas word mijn blijdschap getemperd door het hele werk- en depressie verhaal, maar voorzichtig fantaseer ik al over hoe het zal zijn als hij eindelijk mijn familie kan zien en we zes weken samen zullen zijn. Ondertussen ga ik een traject in om aan de depressie te werken.